Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 8 januari 2013, nr. 333234, houdende vaststelling van het legitimatiebewijs van de buitengewoon opsporingsambtenaar (Regeling vaststelling legitimatiebewijs buitengewoon opsporingsambtenaar)

Regeling vaststelling legitimatiebewijs buitengewoon opsporingsambtenaar

De Minister van Veiligheid en Justitie;

Besluit:

Artikel

1

De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij het uitoefenen van zijn functie een legitimatiebewijs bij zich volgens het model, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, tenzij voor hem of voor de categorie van buitengewone opsporingsambtenaren waartoe hij behoort, een ander legitimatiebewijs is aangewezen.

Artikel

2

Een eerder afgegeven legitimatiebewijs blijft geldig tot de datum waarop de bijbehorende akte haar geldigheid verliest, maar uiterlijk tot 1 januari 2018.

Artikel

4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling legitimatiebewijs buitengewoon opsporingsambtenaar.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten

Bijlage

bij artikel 1 van de Regeling vaststelling legitimatiebewijs buitengewoon opsporingsambtenaar