Artikel
1
De Raad voor de rechtspraak is bevoegd om namens de Minister van Veiligheid en Justitie de volgende hem toekomende bevoegdheden uit te oefenen:
-
a.
de benoeming in tijdelijke dienst in het ambt van senior-gerechtsauditeur en gerechtsauditeur bij een rechtbank of gerechtshof, de Centrale Raad van Beroep of College van Beroep voor bedrijfsleven op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4, tweede lid, Beroepswet onderscheidenlijk artikel 5, tweede lid, Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie;
-
b.
het stellen van voorwaarden aan de benoeming, bedoeld onder a, op grond van artikel 2c, tweede tot en met vijfde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.