Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 maart 2013, nr. WJZ/13025564, tot vaststelling van de regeling uitvoering integriteitsbeleid EZ (Regeling integriteitsbeleid EZ)

Regeling integriteitsbeleid EZ

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

§

1a

Toepassingsbereik

Artikel

1a

Deze regeling is niet van toepassing op een medewerker die lid is van de Topmanagementgroep voor zover op hem andere integriteitsregels van toepassing zijn gesteld, met ingang van de dag waarop die andere integriteitsregels op hem van toepassing zijn gesteld.

§

2

Eed en belofte

Artikel

2

§

3

Nevenwerkzaamheden

Artikel

3

Artikel

4

De in artikel 3, eerste lid, bedoelde opgave bevat de volgende gegevens:

  • a.

    de naam van de medewerker;

  • b.

    zijn ambtelijke functie;

  • c.

    de aard van de nevenwerkzaamheden;

  • d.

    het verband tussen die werkzaamheden en zijn functievervulling;

  • e.

    de naam van de natuurlijke of rechtspersoon ten behoeve van wie de nevenwerkzaamheden worden of zullen worden verricht.

Artikel

5

Het hoofd van dienst toetst of door het verrichten van de nevenwerkzaamheden de goede vervulling van zijn functie door de medewerker of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staan met die functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

Artikel

6

Artikel

7

De medewerker, aan wie toestemming voor het verrichten van de gemelde nevenwerkzaamheden is verleend, meldt elke wijziging van omstandigheden die van invloed kan zijn op de verleende toestemming, terstond aan zijn hoofd van dienst. Het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

8

De hoofden van dienst doen jaarlijks vóór 1 februari aan het registratiepunt integriteit opgave van de in het voorgaande kalenderjaar gemelde nevenwerkzaamheden van de onder hen ressorterende medewerkers en de ter zake genomen besluiten, met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

§

4

Financiële belangen en effectenbezit

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

§

5

Het aannemen van geschenken

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Indien een geschenk niet wordt aangenomen maakt het hoofd van het organisatie-onderdeel dat bekend aan de aanbieder van het geschenk, onder verwijzing naar het integriteitsbeleid van het ministerie.

Artikel

20

Indien de medewerker het geschenk dat niet mag worden aangenomen toch heeft aangenomen, draagt het hoofd van het organisatie-onderdeel, voor zover mogelijk, zorg voor teruggave daarvan, respectievelijk, als het een dienst betreft, voor vergoeding van de kosten van die dienst. Een geschenk dat niet kan worden teruggegeven wordt door het betrokken hoofd voor algemeen gebruik beschikbaar gesteld aan de medewerkers van zijn organisatie-onderdeel.

Artikel

21

§

6

De vertrouwenspersoon integriteit

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

De als vertrouwenspersoon integriteit aangewezen medewerkers overleggen onderling periodiek over de uitvoering van hun taak.

Artikel

26

De als vertrouwenspersoon integriteit aangewezen medewerkers brengen jaarlijks voor 1 maart aan de secretaris-generaal gezamenlijk een vertrouwelijk en geanonimiseerd verslag uit over het aantal malen dat zij zijn geraadpleegd en de onderwerpen waarover zij hebben geadviseerd in het voorgaande kalenderjaar, met daarbij aangegeven van welke vermoedens van een misstand zij eventueel hebben kennisgenomen.

§

7

Het registratiepunt integriteit

Artikel

27

Artikel

28

Het registratiepunt integriteit heeft tot taak:

  • a.

    het verwerken en bewerken van de opgaven van de hoofden van dienst van de in het voorgaande kalenderjaar gemelde nevenwerkzaamheden en aangeboden geschenken met een waarde van meer dan € 50,– van de onder hen ressorterende medewerkers;

  • b.

    het verwerken en bewerken van de opgaven van de hoofden van dienst van de in het voorgaande kalenderjaar geconstateerde inbreuken op de integriteit door de onder hen ressorterende medewerkers en de in dat kader getroffen maatregelen;

  • c.

    het inrichten en houden van een register van gemelde nevenwerkzaamheden.

Artikel

29

§

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

30

Artikel

31

Wijzigt deze regeling.

Artikel

32

Artikel

33

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

34

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling integriteitsbeleid EZ.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

Bijlage

1

behorende bij artikel 8

Registratieformulier Nevenwerkzaamheden voor het Hoofd van Dienst

Naam

Dienstonderdeel

Betreft kalenderjaar

Afdeling/cluster/team

Naam hoofd organisatieonderdeel

U wordt verzocht jaarlijks – uiterlijk 1 februari – opgave te doen van de onder u ressorterende medewerkers in het voorafgaande kalenderjaar aangemelde nevenwerkzaamheden en de ter zake genomen besluiten (zoals bedoeld in artikel 8 van de Regeling integriteitsbeleid EZ).

Let op!:

  • De nevenwerkzaamheden die u reeds in andere jaren hebt gemeld, hoeven niet meer gemeld te worden op dit formulier.

  • U wordt verzocht om dit formulier jaarlijks vóór 1 februari te zenden aan het Registratiepunt Integriteit

1.

2.

3.

4.

Datum en handtekening:

Toelichting op het Registratieformulier Nevenwerkzaamheden:

De regeling uitvoering integriteitbeleid EZ bevat de onderstaande bepalingen ten aanzien van nevenwerkzaamheden:

De medewerker doet aan het hoofd van zijn dienst schriftelijk opgave van de nevenwerkzaamheden, die hij verricht of van plan is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken.

Dit hoeft niet indien er sprake is van activiteiten als bedoeld in artikel 33b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en werkzaamheden ten behoeve van politieke partijen in de vrije tijd.

Opgave van de medewerkers aan het hoofd van dienst bevat de volgende gegevens:

  • A.

    Naam van de medewerker;

  • B.

    Zijn ambtelijke functie;

  • C.

    De aard van de nevenwerkzaamheden;

  • D.

    Het verband tussen die werkzaamheden en zijn functievervulling;

  • E.

    De naam van de natuurlijke of rechtspersoon ten behoeve van wie de nevenwerkzaamheden worden of zullen worden verricht.

Het hoofd van dienst beoordeelt of de nevenwerkzaamheden de goede vervulling van zijn functie door de medewerker of de goede functionering van de openbare dienst kunnen belemmeren. Indien de uitkomst positief is, verleent het hoofd van dienst schriftelijk toestemming voor het verrichten van de gemelde nevenwerkzaamheden.

Indien toestemming in beginsel tot een negatieve uitkomst leidt, onderzoekt het hoofd van dienst de mogelijkheid tot het maken van zodanige schriftelijke afspraken met de medewerker, dat de negatieve effecten die zijn verbonden aan het verrichten van die nevenwerkzaamheden teniet worden gedaan.

Indien dergelijke afspraken niet mogelijk zijn, verleent het hoofd van dienst geen toestemming voor het verrichten van de gemelde nevenwerkzaamheden.

Gegevensbescherming

Aan de medewerker wordt medegedeeld dat de gegevens worden verwerkt voor de beoordeling door het hoofd van dienst van de vraag of door het verrichten van de nevenwerkzaamheden de goede vervulling van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. De gegevens worden vervolgens verstrekt aan het registratiepunt integriteit, dat ze opneemt in het register van gemelde nevenwerkzaamheden als bedoeld in art. 61, tweede lid, van het ARAR, en daaruit een vertrouwelijk en geanonimiseerd verslag verstrekt aan de secretaris-generaal. Van topmanagers worden de gegevens openbaar gemaakt. De verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerkingen is de Minister van Economische Zaken, voor deze respectievelijk het hoofd van dienst en de directeur Bedrijfsvoering, Postbus 20401, 2500 EK DEN HAAG. Meer bijzonderheden over het gebruik van de persoonsgegevens treft u aan in het WBP-meldingenregister van EZ: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/persoonsgegevens/verwerking-en-toezicht-persoonsgegevens/meldingenregister-ministerie-van-economische-zaken-landbouw-en-innovatie.

Bijlage

2

behorende bij artikel 14, tweede lid

Meldingsformulier financiële belangen

Naam medewerker

Betreft kalenderjaar

Dienstonderdeel

Afdeling/cluster/team

Naam hoofd van dienst

Financiële belangen:

1

Aard van het financiële belang:

2

Bedrijf/fonds waarop de financiële belangen betrekking hebben:

3

Waarde:

4

Kan dit financiële belang het dienstbelang raken? Waarom?

5

Wordt het belang beheerd namens een gelieerde derde? Zo ja, wie?

6

Datum waarop het financiële belang bekend is geworden:

7

Restricted list? (Ja/Nee)

8

Eerder verleende (gedeeltelijke) ontheffing o.g.v. art. 15? (Ja/Nee)

9

Overeenstemming met voorschriften verbonden aan de eerder verleende ontheffing? ¹(Ja/Nee)

10

Bijzonderheden/Afspraken:

¹ Bij melding van gewijzigde belangen, feiten of omstandigheden.

Datum en handtekening:

Toelichting bij het formulier financiële belangen

Meldingsplicht m.b.t. financiële belangen

Dit formulier wordt ingevuld door de medewerker. Via dit formulier meldt een meldingsplichtige het bezit van zijn financiële belangen. De medewerker is daartoe verplicht wanneer zijn belangen de belangen van de dienst, zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken. In bepaalde gevallen kan het bezit van financiële belangen wettelijk verboden zijn. Het hoofd van dienst wijst de medewerkers aan die meldingsplichtig zijn. Dat zijn de medewerkers die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie is verbonden.

Onder het bezitten van financiële belangen wordt in ieder geval verstaan1Zie hiervoor nader de toelichting op de Regeling integriteitsbeleid EZ: Ook belangen die formeel bij anderen zijn ondergebracht kunnen voor de meldingsplichtige een financieel belang vormen.:

  • a.

    het voor eigen rekening en risico doen houden van financiële belangen door een derde;

  • b.

    het verrichten van effectentransacties.

Gelieerde derden

In voorkomende gevallen meldt een meldingsplichtige namens welke gelieerde derden hij financiële belangen beheert. Gelieerde derden zijn:

  • de echtgenoot of partner, of een ander met wie een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd;

  • (rechts)personen namens wie financiële belangen worden beheerd;

  • rechtspersonen waarin men zeggenschap heeft ten aanzien van concrete beleggingsbeslissingen.

Restricted list

Een restricted list is een voor de meldingsplichtige vastgestelde lijst met financiële belangen die hij/zij in ieder geval niet mag bezitten of verwerven. Het hoofd van dienst kan voor een of meer meldingsplichtigen een restricted list vaststellen.

Ontheffing

Indien er een ontheffing is gegeven van de meldplicht of het verbod op het bezit of de verwerving van financiële belangen of het verrichten van effectentransacties, wordt dit op het formulier vermeld. Aangegeven wordt wat die ontheffing inhoudt (zoals geheel of gedeeltelijk, en voor welke financiële belangen). Bij de vraag ’voorschriften aan de ontheffing’ wordt ingevuld welke voorschriften er zijn gesteld en in hoeverre het betrokken financiële belang in overeenstemming is (of niet) met die voorschriften. Als er sprake is van afspraken worden ook deze afspraken vermeld.

Opsturen formulier

Het formulier wordt gericht aan het hoofd van dienst, en gezonden aan de compliance officer. De compliance officer registreert de meldingen en adviseert het hoofd van dienst gevraagd en ongevraagd over de uitvoering en handhaving van de regeling over financiële belangen. Aan u kan worden gevraagd om nadere informatie te verstrekken, als daarvoor aanleiding bestaat op grond van de melding, of na de melding gebleken feiten en omstandigheden. U kunt de compliance officer raadplegen over uw financiële belangen in relatie tot integriteitsvragen.

Gegevensbescherming

Uw gegevens worden opgenomen in de registratie van meldingen als bedoeld in artikel 61a, tweede lid, van het ARAR door de betrokken compliance officer van het Ministerie van EZ. De gegevens worden verwerkt voor de beoordeling van de vraag of u financiële belangen heeft, effecten bezit of effectentransacties verricht waardoor de goede vervulling van uw functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover dit in verband staat met uw functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. De gegevens zijn alleen toegankelijk voor diegenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de naleving van de integriteitsregels. De verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking is de Minister van Economische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK DEN HAAG. Meer bijzonderheden over het gebruik van de persoonsgegevens treft u aan in het WBP-meldingenregister van EZ: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/persoonsgegevens/verwerking-en-toezicht-persoonsgegevens/meldingenregister-ministerie-van-economische-zaken-landbouw-en-innovatie.

Bijlage

3

behorende bij artikel 17, tweede lid

Registratieformulier Geschenken

Naam hoofd van Dienst

Dienstonderdeel

Betreft kalenderjaar

U wordt verzocht jaarlijks – uiterlijk 1 februari van het kalenderjaar – opgave te doen van de geschenken met een waarde van meer dan € 50,– die u of de onder u ressorterende medewerkers zijn aangeboden in het daaraan voorafgaande kalenderjaar

(Zoals bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling integriteitsbeleid EZ)

1.

2.

3.

4.

5.

6.

Totaal

Datum en handtekening:

Toelichting op het Registratieformulier Geschenken

Dit formulier wordt ingediend door het hoofd van Dienst.

De regeling integriteitsbeleid EZ bevat de onderstaande bepalingen ten aanzien van het aannemen van geschenken:

Onder geschenk wordt verstaan ‘een vergoeding, beloning, gift of belofte, in welke vorm dan ook, die aan een medewerker in zijn hoedanigheid van ambtenaar wordt aangeboden of gedaan door een derde en die strekt tot zijn privévoordeel’.

De medewerker mag een standaard relatiegeschenk aannemen. Denk daarbij aan balpennen, agenda’s en kalenders.

Als een medewerker een geschenk wordt aangeboden dat niet valt onder de definitie van een standaard relatiegeschenk, meldt hij/zij dat bij zijn/haar leidinggevende. Geschenken met een waarde van € 50,– of minder mogen alleen worden aangenomen als het hoofd van het organisatieonderdeel daarvoor toestemming heeft verleend. Geschenken met een waarde van meer dan € 50,– mogen nimmer worden aangenomen.