Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 28 februari 2013, met nr. 349706 houdende aanwijzing van de vermogenstraceerders werkzaam bij het Openbaar Ministerie, de buitengewone opsporingsambtenaren werkzaam bij de politie en de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, als ambtenaren in de zin van de artikelen 556, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering

Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Artikel

1

Als ambtenaren die kunnen worden belast met de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of beslissingen van het openbaar ministerie, als bedoeld in artikel 556, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden aangewezen:

Artikel

3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren.

Artikel

4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten