Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
CBS-wet: de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;
-
b.
Besluit: het Besluit gegevensverwerving CBS (Stb. 2003, 552);
-
c.
CBS: het Centraal bureau voor de statistiek;
-
d.
directeur-generaal: de directeurgeneraal van de statistiek, bedoeld in artikel 8 van de CBS-wet;
-
e.
DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
f.
financiële instellingen: de krachtens artikel 33, derde lid, van de CBS-wet, in samenhang met artikel 2, onderdeel j, van het Besluit, aangewezen ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen die activiteiten ontplooien op het terrein van de financiële instellingen;
-
g.
ESR 1995: het Europees rekeningenstelsel 1995, als bedoeld in de Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap1Pb L 310. Verordening (EG) 2223/96 is laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1267/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Pb L 180).;
-
h.
sectoren en subsectoren: de onderscheiden institutionele sectoren en subsectoren, genoemd in hoofdstuk 2 van ESR 1995, met de bijbehorende ESR-code;
-
i.
sectorrekeningen: de financiële rekeningen en balansen en de lopende rekeningen van de sectoren en subsectoren, op kwartaal- en jaarbasis;
-
j.
Verordening (EG) nr. 2533/98: Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van de Europese Unie van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank;
-
k.
Verordening (EG) nr. 322/97: Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van de Europese Unie van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek2Pb L 52.;
-
l.
samenhangende statistieken: de met een volledig rekeningenstelsel samenhangende statistieken op het terrein van onder meer de Aanbod- en Gebruiktabellen (AGT) en de Structural Business Statistics (SBS);
-
m.
micro-informatie of vertrouwelijke statistische gegevens: statistische gegevens die van dien aard zijn dat zij identificatie van een informatieplichtige of van enig andere natuurlijke of rechtspersoon, lichaam of bijkantoor mogelijk maken, hetzij rechtstreeks op grond van naam, adres of via een officieel toegekende identificatiecode, hetzij indirect door afleiding, en daarmee individuele informatie wordt onthuld (hierna te noemen: micro-informatie).