Mandaatbesluit Bureau Financieel Toezicht

Het Bestuur van het Bureau Financieel Toezicht (BFT), c.q. de voorzitter van dat Bestuur,
Gelet op artikel 8a, lid 1, sub h en j en lid 2, sub i en k van de Ministeriële Regeling van 3 september 2003, Stcrt. 2003, 174 (Uitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) en Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet Mot));
Overwegende dat het noodzakelijk is dat de volgende besluiten worden genomen met betrekking tot de uitvoering van de primaire taken van het Bureau Financieel Toezicht;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Beslissingsmandaat

Het beslissingsmandaat wordt opgedragen aan iedere functionaris die is aangesteld in de functie van Directeur BFT.

Artikel

3

Ondertekeningsmandaat

Het ondertekeningsmandaat wordt opgedragen aan iedere functionaris die is aangesteld in de functie van Directeur BFT.

Artikel

4

Vertegenwoordigingsmandaat

Het vertegenwoordigingsmandaat wordt opgedragen aan iedere functionaris die is aangesteld in de functie van Directeur BFT.

Artikel

5

Ondermandaat inzake vertegenwoordiging (in rechte)

De bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat aan een medewerker van het BFT wordt opgedragen aan iedere functionaris die is aangesteld in de functie van Directeur BFT.

Artikel

6

Uitvoering (onder)mandaat

Artikel

7

Intrekking

Overeenkomstig artikel 10:8 van de Awb kan het Bestuur van het BFT c.q. de voorzitter daarvan het (onder)mandaat intrekken.

Artikel

8

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Mandaatbesluit Bureau Financieel Toezicht’.

Artikel

9

Bekendmaking

Artikel

10

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking de dag na plaatsing in de Staatscourant.

Utrecht
Bureau Financieel Toezicht,
de voorzitter de voorzitter van het bestuur,L.R. van derWeij.