Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 1, onder c, van de Mededingingswet;

  • b.

    jaaromzet: de netto-omzet, zijnde de opbrengst uit levering van goederen en diensten, onder aftrek van kortingen en dergelijke, alsmede van over de omzet geheven belastingen;

  • c.

    boetegrondslag: een op grond van de jaaromzet vastgesteld bedrag, dan wel, indien de overtreder een natuurlijk persoon is, een aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder gerelateerd bedrag, dat de basis vormt voor de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete;

  • d.

    basisboete: het bedrag dat resulteert wanneer de Raad de boetegrondslag aanpast.

Artikel

2

Algemeen uitgangspunt

De Raad bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete zodanig dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders weerhoudt van het begaan van een(zelfde) overtreding.

Artikel

3

Wijze van totstandkoming

Artikel

4

Berekening van de boete

Artikel

5

Berekening bij natuurlijke personen

Artikel

6

Boeteverhogende of -verlagende omstandigheden

Artikel

7

Vaststelling van de hoogte

Artikel

8

Intrekking eerder besluit

Het besluit ‘NMa Boetecode 2007’ wordt ingetrokken.

Artikel

9

Overgangsbeleid

Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd wegens een overtreding die plaatsvond voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, blijft op die overtreding het besluit ‘NMa Boetecode 2007’ van toepassing.

Artikel

10

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving’.

Artikel

11

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, P. Kalbfleisch
R.J.P. Jansen
G.J.L. Zijl

Bijlage

I

Inleiding

In artikel 4, zesde lid, van deze beleidsregels is bepaald dat overtredingen waarvoor de Raad een bestuurlijke boete kan opleggen op grond van de artikelen 75 en 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, zevende lid, en 11.21 van de Wet luchtvaart en de artikelen 45f, eerste lid, aanhef en onder a, 45g, eerste lid, en 45h, eerste lid, van de Loodsenwet, met uitzondering van overtredingen die door natuurlijke personen zijn begaan, worden beboet op basis van een promillage van de jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving.

II.

Indeling in categorieën

1

Spoorwegwet

2.

Wet luchtvaart

3

Loodsenwet

4

Algemene wet bestuursrecht

De overtredingen van de Algemene wet bestuursrecht, bedoeld in artikel 75 van de Spoorwegwet en artikel 45g, eerste lid, van de Loodsenwet, die op grond van eerstgenoemd artikel en artikel 45g, derde lid, van de Loodsenwet, bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 450.000,– of, als dat meer is, 1% van de jaaromzet, respectievelijk van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

Categorie IV

a. artikel 5:20 juncto 5:15;

b. artikel 5:20 juncto 5:16;

c. artikel 5:20 juncto 5:17;

d. artikel 5:20 juncto 5:18;

e. artikel 5:20 juncto 5:19.

Categorie V

a. artikel 5:20 juncto artikelen 5:15 en 5:17