Artikel
1
De officier van justitie draagt zorg voor een jaarlijkse rapportage aan Onze Minister over:
-
a.
het aantal Europees bewijsverkrijgingsbevelen dat per lidstaat is ontvangen;
-
b.
het aantal ontvangen Europees bewijsverkrijgingsbevelen dat per lidstaat is erkend en uitgevoerd;
-
c.
het aantal malen dat artikel 552aaa, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is toegepast;
-
d.
de gemiddelde duur van de uitvoering van de ontvangen Europees bewijsverkrijgingsbevelen;
-
e.
het aantal ontvangen Europees bewijsverkrijgingsbevelen waarvan de erkenning of uitvoering is geweigerd alsmede de grond die tot weigering heeft geleid;
-
f.
het aantal Europees bewijsverkrijgingsbevelen dat per lidstaat door de officier van justitie of de rechter-commissaris is uitgevaardigd;
-
g.
het aantal uitgevaardigde Europees bewijsverkrijgingsbevelen dat per lidstaat is erkend en uitgevoerd;
-
h.
de gemiddelde duur van de uitvoering van de uitgevaardigde Europees bewijsverkrijgingsbevelen;
-
i.
het aantal uitgevaardigde Europees bewijsverkrijgingsbevelen waarvan de erkenning of uitvoering is geweigerd alsmede de grond die tot weigering heeft geleid.