Artikel
1
Als verplichting die op grond van artikel 5:3:3, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, wordt aangewezen: de verplichting tot het ondergaan van elektronisch toezicht.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Als verplichting die op grond van artikel 5:3:3, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, wordt aangewezen: de verplichting tot het ondergaan van elektronisch toezicht.
De lijst met feiten of soorten van feiten, bedoeld in artikel 5:3:10, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, luidt als volgt:
Deelneming aan een criminele organisatie
Terrorisme
Mensenhandel
Seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Illegale handel in wapens, munitie en explosieven
Corruptie
Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad in de zin van de Overeenkomst van 26 juli 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
Witwassen van opbrengsten van misdrijven
Valsemunterij, met inbegrip van namaak van de euro
Computercriminaliteit
Milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten
Hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf
Moord en doodslag, zware mishandeling
Illegale handel in menselijke organen en weefsels
Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling
Racisme en vreemdelingenhaat
Georganiseerde of gewapende diefstal
Illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen
Oplichting
Racketeering en afpersing
Namaak van producten en productpiraterij
Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten
Vervalsing van betaalmiddelen
Illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars
Illegale handel in nucleaire of radioactieve stoffen
Handel in gestolen voertuigen
Verkrachting
Opzettelijke brandstichting
Misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen
Kaping van vliegtuigen en schepen
Sabotage.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 5 juni 2013 tot implementatie van kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake de toepassing tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU L 294) (Stb. 2013, 250) in werking treedt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.