Artikel
1
1
De voorzitter is het voornaamste aanspreekpunt voor leden van het bestuur, de directie en de hoogste leidinggevenden van het bureau alsmede voor leden van de beroepsorganisatie over het functioneren van de leden van het bestuur en de directie.
2
De plaatsvervangend voorzitter fungeert als aanspreekpunt voor leden van het bestuur, de directie en de hoogste leidinggevenden van het bureau over het functioneren van de voorzitter.
3
De voorzitter bevordert dat:
-
a.
de contacten van het bestuur met de directie, het medezeggenschapsorgaan en de ledenvergadering naar behoren verlopen;
-
b.
bestuursleden een introductie-, opleidings- of trainingsprogramma volgen;
-
c.
bestuursleden tijdig alle informatie ontvangen die nodig is voor de goede uitoefening van hun taak;
-
d.
voldoende tijd bestaat voor de beraadslaging en besluitvorming door de bestuursleden;
-
e.
het bestuur en zijn commissies naar behoren functioneren; en
-
f.
het bestuur signalen uit de beroepsorganisatie opvangt en zorgt dat (vermoedens van) materiële misstanden en onregelmatigheden onverwijld aan het bestuur worden gerapporteerd.