Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 4 september 2013 nr. 13148950, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter bestrijding van Pepinomozaïekvirus in de productieteelt van tomaat (Tijdelijke vrijstelling voor het gewasbeschermingsmiddel V10 ter bescherming van de belichte teelt van tomaat 2013)
Tijdelijke vrijstelling voor het gewasbeschermingsmiddel V10 ter bescherming van de belichte teelt van tomaat 2013
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.
Artikel
3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt 120 dagen daarna.
Artikel
4
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling voor het gewasbeschermingsmiddel V10 ter bescherming van de belichte teelt van tomaat 2013.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
namens deze:
J.P.Hoogeveen MPADirecteur-Generaal Agro
Bijlage
Wettelijk Gebruiksvoorschrift
Middel: V10
De toepassingsperiode waarin V10 mag worden gebruikt loopt van de dag na dagtekening van de Staatscourant tot en met 120 dagen daarna.
Toegestaan is uitsluitend het professionele gebruik als microbiologisch middel door middel van een gewasbehandeling in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.0, Ctgb juni 2011) onder de vermelde toepassingsvoorwaarden.
Tomaat
gewasbehandeling door bespuiting
pepinomozaïekvirus
2% (2 L middel per 100 L water)1
100 L/ha
1
14
Tomaat
gewasbehandeling door inwrijven
pepinomozaïekvirus
10% (1 L middel per 10 L water)2
0,8 L/ha
1
14
1 in combinatie met 800 gram carborundum per 100 L spuitvloeistof.
2 in combinatie met 15 gram carborundum per 1 L inwrijfvloeistof.
Gewasbehandeling door bespuiting toepassen in 0,5 L water per m2.
Gewasbehandeling door inwrijven toepassen in 8 L water per ha.
Toepassingsvoorwaarden
Er zijn geen aanvullende toepassingsvoorwaarden.
Aanbevelingen
V10 is een microbiologisch middel op basis van twee milde varianten van pepinomozaïekvirus (VX1 en VC1). Het product bevat 10-50 mg/L virus. Na vaccinatie van tomatenplanten door middel van het mechanisme cross-protectie zijn deze planten beschermd tegen virulente varianten van pepinomozaïekvirus.
–
De behandeling gebeurt op jonge tomatenplanten, voor of na het planten.
–
Een spuitbehandeling dient toegepast te worden, voor het planten, op het moment dat de planten een hoogte hebben van 10-30 cm vanaf het substraatoppervlak.
–
De inwrijfbehandeling dient toegepast worden, na het planten, door alle planten individueel in te wrijven.
–
De planten moeten vrij zijn van pepinomozaïekvirus op het moment van behandeling.
Aanbevolen dosis en toediening bij bespuiting van planten:
–
Middel goed schudden in jerrycan voordat verdund wordt in de spuitkar.
–
Dosering: 1 L V10 op 50 L water.
–
Preparaat toevoegen aan koud water (±8 °C), eventueel water alvast een dag van te voren klaarzetten in koelcel.
–
Norm vloeistofverbruik 0,5 liter per m2 plantbed, per liter water 8 gram carborundumpoeder toevoegen (800 gram op 100 liter).
–
Mengsel goed mengen, ook de slang goed doorspuiten, gebruik bij voorkeur een plunjerpomp. Filters iedere keer goed schoon maken, carborundum bezinkt, dus laag wegzuigen en zorg voor roering in de tank.
–
Op ca.10-15 cm van het gewas de spuitstok/spuitboom houden met 12 tot 15 bar (manometer op spuitstok/spuitboom). Afhankelijk van de lengte/dikte van de slang is de druk op de pomp 15-20 bar.
–
Let goed op dat tijdens het spuiten de nozzles niet verstopt raken. Controleer dit ook voor het bespuiten van de planten.
Aanbevolen dosis en toediening bij het inwrijven van planten:
–
Middel goed schudden in jerrycan voordat verdund wordt.
–
Dosering: 0,8 L V10 op 8 L water.
–
Preparaat toevoegen aan koud water (±8 °C), eventueel water alvast een dag van te voren klaarzetten in koelcel.
–
Norm vloeistofverbruik 8 liter per hectare.
–
Verdeel porties van ongeveer een halve liter verdund middel in bakjes van ongeveer een 1 L.
–
Elke medewerker die gaat inwrijven neemt een apart bakje en schoon schuursponsje. Bakje aan riem om middel bevestigen.
–
Per bakje carborundumpoeder toevoegen (per liter 15 gram). Zorg ervoor dat middel niet buiten het bakje klotst.
–
Doop schoon schuursponsje in vloeistof en wrijf hiermee één deelblad per plant mee in.
–
Zodra er geen vloeistof meer uit sponsje komt, sponsje opnieuw dopen (ongeveer na elke 20 planten).
–
Als het bakje leeg is kan het bijgevuld worden met verdund middel en carborundum.
Attentiepunten:
–
Onverdund kunt u het virus gebruiken zoals de houdbaarheidsdatum aangeeft. Eénmaal verdund, binnen 6 uur gebruiken.
–
Enkele dagen na het behandelen zijn er kleine sporen zichtbaar op de planten.
Bevat: 10-50 mg/L virusdeeltjes (milde varianten VX1 en VC1 van pepinomozaïekvirus)
Het middel binnen 3 dagen na levering toepassen. Na levering koel bewaren (4-10ºC).
Nettohoeveelheid: 5 L.
Waarschuwingszinnen
R42/43: Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing of contact met de huid.
Veiligheidsaanbevelingen:
S2: Buiten bereik van kinderen houden.
S13: Verwijderd houden van eet- en drinkwaren.
S20/21:Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
S23: Spuitnevel niet inademen.
S24: Aanraking met de huid vermijden.
S37: Draag geschikte handschoenen.
SP1: Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.