Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 30 augustus 2013, nr. 413922, DGPolitie/Programma Arbeidsvoorwaarden, voor de uitvoering van een regeling met betrekking tot voorzieningen in plaats van levensloopbijdragen voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte ambtenaren bij de politie
Uitvoeringsregeling Voorzieningen in plaats van levensloopbijdragen voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte politieambtenaren
levensloopbijdragen: de algemene levensloopbijdrage, de toelage bezwarende functies en de inhaaltoelage bezwarende functies, bedoeld in de artikelen 12b, 12c en 12d van het Bbp;
De ambtenaar die gebruik maakt van de in artikel 12f, tweede lid, van het Bbp genoemde keuzemogelijkheden, stelt het bevoegd gezag schriftelijk van diens keuze op de hoogte:
voor 1 januari 2014 voor het jaar 2014 en voor 2015 en volgende jaren, voor 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de jaarlijkse keuze, bedoeld in artikel 12f, vierde lid, onder b, van het Bbp, betrekking heeft.
2
Bij de eenmalige keuze bedoeld in het eerste lid, onder a, geeft de ambtenaar op grond van artikel 12f, derde lid, van het Bbp, aan of de levensloopbijdragen als niet-pensioengevend moeten worden aangemerkt.
3
Binnen vier weken na ontvangst van de schriftelijk gedane keuze bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag een opgave verstrekt van de door de ambtenaar gemaakte keuze en indien van toepassing diens besluit de levensloopbijdragen niet-pensioengevend te laten zijn. De opgave wordt daarbij voorzien van een berekening van:
a.
de uit te betalen levensloopbijdragen,
b.
van de levensloopbijdragen waarvan wordt afgezien;
c.
van het aantal verlofuren dat in de plaats komt van de levensloopbijdragen.
Artikel
3
1
Indien de ambtenaar gekozen heeft voor geheel of gedeeltelijk verlof, dan staat de omvang van het verlof gelijk aan het geheel of het deel van de waarde van de levensloopbijdragen die de ambtenaar maandelijks zou hebben verkregen als de ambtenaar geen uitkering op grond van de WAO of de WIA zou zijn toegekend, gedeeld door zijn uurloon in de maand waarin de levensloopbijdragen zouden zijn toegekend.
Het door het bevoegde gezag toegekende verlof is eenmalig en is, behoudens het zesde lid, niet in enige geldelijke vergoeding om te zetten.
4
Over de tijdstippen waarop het verlof wordt genoten, alsmede over de tijdvakken waarin deze eventueel zal worden gesplitst, beslist het bevoegd gezag in goed overleg met de ambtenaar.
5
Indien aan de ambtenaar ontheffing van zijn werkzaamheden is verleend, als bedoeld in artikel 55aa van het Barp, is het gestelde in het eerste lid, onderdeel c. van dat artikel van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van eindeloopbaanverlof bedoeld in de levensloopregeling, het verlof wordt bedoeld op grond van dit artikel.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Artikel
5
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Voorzieningen in plaats van levensloopbijdragen voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte politieambtenaren.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten