Artikel
1
Grondslag
Gelet op de artikelen 36 en 62 junto 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.
Gelet op de artikelen 36 en 62 junto 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.
Deze regeling is van toepassing op
instellingen voor medisch specialistische zorg (met uitzondering van sanatoria, abortusklinieken en zorgaanbieders die curatieve geestelijke gezondheidszorg leveren);
audiologische centra;
centra voor erfelijkheidsonderzoek;
tandartsspecialisten voor mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
voor zover zij medisch specialistische zorg leveren (niet zijnde curatieve geestelijke gezondheidszorg);
instellingen die geriatrische revalidatiezorg (GRZ) leveren.
De regeling treedt in werking op 1 januari 2013. Met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’ met kenmerk NR/CU-211 ingetrokken.
Indien de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, sub b van de Wmg wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2012, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin de mededeling wordt geplaatst, en werkt hij terug tot en met 1 januari 2013.
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’.
In deze regeling worden de volgende begrippen en afkortingen gebruikt.
Add-on
Add-ons zijn overige zorgproducten, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct (aanhaakprestatie). Alleen zorg op de Intensive Care (IC) alsmede een limitatief aantal dure en weesgeneesmiddelen zijn gedefinieerd als een add-on. Add-ons vallen onder de categorie ‘Supplementaire producten’.
DBC
Een Diagnose Behandeling Combinatie (DBC) is een declarabele prestatie, die de resultante is van het totale traject van de diagnose die de zorgverlener stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt. Vanaf 1 januari 2012 worden zorgprestaties uitgedrukt in DBC-zorgproducten.
DBC informatiesysteem (DIS)
Het DBC informatiesysteem (DIS) ontvangt en beheert informatie over DBC’s, waaronder de informatie die op grond van deze regeling moet worden aangeleverd.
DBC-zorgproduct
Een DBC-zorgproduct is een declarabele prestatie welke is afgeleid uit een subtraject en zorgactiviteiten via door de NZa vastgestelde beslisbomen. Een subtraject dat voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot de afleiding ervan, leidt, in combinatie met het zorgprofiel, tot een declarabel DBC-zorgproduct.
Declaratiedataset
de voor afleiding aan een grouper aangeboden verzameling van gegevens omtrent de door een zorgaanbieder aan een patiënt geleverde zorg.
Minimale Dataset (MDS)
De in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens.
Onderlinge dienstverlening
Er is sprake van onderlinge dienstverlening indien geen sprake is van een 'eigen patiënt' volgens de definitie, maar de prestatie (op verzoek van de hoofdbehandelaar) door een andere instelling of een andere medisch specialist (niet zijnde de hoofdbehandelaar) wordt geleverd. Indien deze prestatie is uitgedrukt in zorgactiviteiten behoren deze tot het zorgprofiel van de hoofdbehandelaar.
Overige zorgproducten (OZP)
De prestaties binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde DBC-zorgproducten. Overige zorgproducten zijn per 2013 onderverdeeld in vier hoofdcategorieën, te weten supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.1Tot en met 2012 bestonden overige zorgproducten uit vijf categorieën, te weten: add-ons, ondersteunende producten (OP), overige producten (OVP), overige trajecten en overige verrichtingen.
Zorgproduct
een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten.
De instelling is verplicht om voor de eerste dag van elke kalendermaand (m) van alle aan de patiënt of de zorgverzekeraar gedeclareerde DBC-zorgproducten en overige zorgproducten, welke worden gerekend tot de omzet van de kalendermaand (m-2), per zorgproduct de Minimale Dataset (MDS) aan te leveren.2De in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens.
De instelling levert de in de voorgaande bepaling bedoelde gegevens elektronisch aan bij het DBC Informatiesysteem (DIS) en past daarbij de op de website van de NZa gepubliceerde “aanleverstandaard DIS” toe.
De instelling dient mutaties en aanvullingen op de al aangeleverde MDS-informatie van productie afgesloten in JAAR[x-1] uiterlijk voor 1 oktober van JAAR[x] aan te leveren bij DIS.
Gegevensaanlevering bij DIS kan uitsluitend via de door DIS gespecificeerde methode en wordt voorzien van een technische controle door DIS.
Na deze technische toetsing volgt een inhoudelijke beoordeling door het DIS. Indien hieruit naar voren komt dat de kwaliteit van de gegevensaanlevering onvoldoende is, zal de NZa haar handhavingsbevoegdheden inzetten.
Identificatie zorgaanbieder
Declarerende Instelling
Instelling volgnr DIS
Identificatie patiënt
Pseudo-identiteit BSN patiënt
Pseudo-identiteit tbv CBS-data
Pseudo-identiteit naam patiënt
Geboortejaar
Landcode
Postcode
Identificatie ziektekostenverzekeraar (conform UZOVI-register)
Productie per patiënt
|
1. Begindatum Zorgtraject |
23. Declaratiecode |
|
2. Begindatum Subtraject |
24. Verrichtingendatum |
|
3. Einddatum Subtraject |
25. Aantal |
|
4. Behandelend specialismecode |
26. Uitvoerende specialismecode |
|
5. Zorgtypecode |
27. Uitvoerende instelling |
|
6. Zorgvraagcode |
28. Aanvragende Specialismecode |
|
7. Typerende diagnosecode |
29. Aanvragende Instelling |
|
8. Zorgproductcode |
30. Informatie kaakchirurgie |
|
9. Declaratiecode |
(factor, soort behandeling, toeslag, |
|
10. Afsluitreden |
assistentie, nacht- en of |
|
11. ZA met machtiging in profiel |
weekendtoeslag |
|
12. Code (zelf)verwijzer |
|
|
13. Verwijzende instelling |
Gedeclareerd bedrag |
|
14. Verwijzend specialisme |
31. DBC Ziekenhuiskosten |
|
32. Honorarium totaal |
Gedeclareerd bedrag
DBC Ziekenhuiskosten
Honorarium totaal
Honorarium per specialisme
Zorgactiviteitcode
Uitvoerdatum zorgactiviteit
Aantal
Uitvoerende Specialismecode
Uitvoerende Instelling
Geleverd zorgprofiel
Data ivm technische noodzakelijkheid
Koppelnummer
Zorgtrajectnummer
Zorgtrajectnummer parent
Subtrajectnummer
Indicatie vervallen
Declaratiedatasetnummer
ZPZA Hashtotal DIS
ZPZA Hashversie DIS
Certificaatversie hash
Uitgevoerde verrichtingnummer
Uitgevoerde zorgactiviteitnummer
Hoofdtraject indicatie
Doordat de MDS-data in verschillende databestanden wordt aangeleverd aan het DIS is het noodzakelijk dat er in de MDS-regeling ook diverse technisch noodzakelijke data verplicht wordt aangeleverd. Binnen de MDS-regeling zijn deze ingedeeld in groep “D – data ivm technische noodzakelijkheid”. Hieronder volgt een toelichting op de betreffende data;
|
B 1 |
Pseudo-identiteit BSN patiënt |
Betreft uitvraag op “Burger Service Nummer” welke geanonimiseerd wordt. |
|
B 2 |
Pseudo-identiteit tbv CBS-data |
Noodzakelijk ivm bevolkingstatistiek (gedetailleerde uitvraag bestaat uit de onderdelen geslacht, geb.jaar, landcode, postcode). |
|
B 6 |
Postcode |
Alleen verplicht indien landcode "Nederland" is. Het gaat om slechts de vier cijfers. |
|
C 6 |
Zorgvraagcode |
Alleen verplicht als het betreffende AGB-specialisme een zorgvraagcode registreert. |
|
C 11 |
ZA met machtiging in profiel |
Is nodig als onderdeel van de hash en is al informatieverplichting op nota. |
|
C 13 |
Verwijzende instelling |
Alleen verplicht bij bepaalde soorten "code (zelf)verwijzer" |
|
C 14 |
Verwijzend specialisme |
Alleen verplicht bij bepaalde soorten "code (zelf)verwijzer" |
|
D 1 |
Koppelnummer |
Het unieke nummer waarmee patiëntgegevens gekoppeld kunnen worden aan data omtrent "zorgtrajecten" of data omtrent "gedeclareerde overige zorgproducten". |
|
D 2 |
Zorgtrajectnummer |
Uniek nummer waarmee subtrajectdata gekoppeld kan worden aan zorgtrajectdata. |
|
D 3 |
Zorgtrajectnummer parent |
Het unieke nummer waarmee een zorgtraject met zorgtype 51 gekoppeld kan worden aan een zorgtraject met zorgtype 11 of 21. |
|
D 4 |
Subtrajectnummer |
Het unieke nummer waardoor subtrajectdata gekoppeld kan worden aan zorgprofieldata. |
|
D 5 |
Indicatie vervallen |
Noodzakelijk voor bepaling verwijderingen bij incrementele uitlevering. |
|
D 6 |
Declaratiedataset- nummer |
Verwijst naar het nummer van de declaratiedataset entitieit en is noodzakelijk om alle gegevens die bij een declaratie horen aan elkaar te koppelen. |
|
D 7 |
ZPZA Hashtotal DIS |
Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is. Staat ook in de notaverplichting. Zegt iets over kwaliteit van de dataset. |
|
D 8 |
ZPZA Hashversie DIS |
Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is. Staat ook in de notaverplichting. Zegt iets over kwaliteit van de dataset. |
|
D 9 |
Certificaatversie hash |
Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is. Staat ook in de notaverplichting. Zegt iets over kwaliteit van de dataset. |
|
D 10 |
Uitgevoerde Verrichtingnummer |
Een technisch nummer welke noodzakelijk is om elk overig zorgproduct uniek te onderscheiden. |
|
D 11 |
Uitgevoerde Zorgactiviteitnummer |
Een technisch nummer welke noodzakelijk is om elke zorgactiviteit uniek te onderscheiden. |
|
D 12 |
Hoofdtraject indicatie |
Noodzakelijk om aan te geven welk traject het hoofdtraject is. Dit is met name van belang bij zorgtrajecten met zorgtype 51. |