Regeling van het College voor Examens van 18 juni 2013, nummer CvE-13.01729 houdende vaststelling van het examenreglement en programma van toetsing en afsluiting staatsexamens VO en staatsexamens VO BES 2014 (Regeling examenreglement en PTA staatsexamens VO 2014)
Regeling examenreglement en PTA staatsexamens vwo-havo-vmbo 2014
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Commissie staatsexamens VO: commissie namens het College voor examens belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs.
Artikel
2
Aanmelden
Kandidaten dienen zich aan te melden voor 1 januari 2014.
VSO-scholen dienen hun leerlingen aan te melden voor 1 december 2013; wijzigingen op de vso-aanmelding kunnen worden doorgegeven tot uiterlijk 15 februari 2014.
Artikel
3
Indeling examen
1.
Het staatsexamen in een vak bestaat uit een centraal examen en/of een college-examen. Het centraal examen is identiek aan het centraal examen voor de dagscholen en de dag/avondscholen.
Het college-examen bestaat uit:
a.
een schriftelijke toets en een mondeling examen, of
keuzen die ingevolge het in het tweede lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College voor examens, en
b.
het College voor examens kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, met dien verstande dat het college-examen zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.
4.
Het College voor examens stelt jaarlijks voor elk vak op grond van de wet College voor examens artikel 4a een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.
5.
Deze vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen.
Artikel
4
Vakken staatsexamen
Artikel 8 van het Staatsexamenbesluit heeft betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo en/of vmbo.
Zie de bijlagen 1, 2 en 3.
Artikel
5
Examendossier, werkstukken
1.
Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit door het College voor examens in de vakinformatie is vastgelegd.
Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) dienen vóór 1 mei van het betreffende examenjaar in tweevoud opgestuurd te worden naar DUO, afdeling staatsexamens vwo-havo-vmbo, Postbus 30158, 9700 LK Groningen.
Van het tijdig ingezonden materiaal ontvangt de kandidaat een ontvangstbevestiging.
Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen.
Voor kandidaten aan een vso-school liggen de werkstukken op de afgesproken datum klaar ter controle door de plaatselijk voorzitter mondeling.
2.
De examinatoren moeten voor aanvang van het mondeling examen het ingezonden materiaal kunnen inzien.
Wanneer het op te sturen materiaal niet tijdig bij DUO, afdeling staatsexamens is ontvangen, wordt de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken.
Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig legitimatiebewijs voorzien van een recente pasfoto kan tonen.
2.
Bij het schriftelijk examen of een schriftelijke toets dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.
3.
Een kandidaat wordt niet toegelaten tot het schriftelijk examen of de schriftelijke toets indien hij zich meer dan 30 minuten na aanvangstijd van het examen meldt bij de plaatselijk voorzitter.
4.
Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo wordt de kandidaat 20 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding kunt u voor ieder vak vinden in de vakinformatie
Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd.
5.
Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten te laat bij de examinatoren meldt voor de afname van het mondeling examen, wordt het examen volgens rooster afgenomen. De tijd die de kandidaat te laat is, wordt niet gecompenseerd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat door te laat te komen zich niet heeft kunnen voorbereiden.
Het mondeling examen komt te vervallen als de kandidaat zich 5 minuten of meer te laat bij de examinatoren meldt voor de afname.
6.
Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College voor examens,
a.
in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede tijdvak zo veel mogelijk gemiste toetsen en examens alsnog af te leggen;
b.
niet in staat is al zijn schriftelijke toetsen en examens in het eerste en tweede tijdvak af te leggen, krijgt hij uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, maar voor niet meer vakken dan nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere schoolsoorten, slechts voor één schoolsoort uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak kan krijgen.
7.
Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College voor examens, afwezig is bij een of meer mondelinge en/of praktische toetsen in de periode juni/juli, wordt geprobeerd de gemiste toetsen alsnog in dezelfde periode in te roosteren. Is dat niet mogelijk, dan krijgt de kandidaat uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, met dezelfde beperkende voorwaarden als in lid 6b.
8.
Mondelinge, praktische of schriftelijke examens of toetsen waarbij de kandidaat in het vierde tijdvak afwezig is, komen te vervallen.
Artikel
7
Beoordeling mondeling examen of praktisch examen
1.
Bij aanvang van het college-examen in een vak waarvoor een werkstuk of boekenlijst vereist is, bepalen de examinatoren of de betreffende documenten in redelijke mate voldoen aan de gestelde eisen; is dit niet het geval, dan wordt voor het betreffende onderdeel van het college-examen het cijfer 1 toegekend.
2.
Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. Tijdens de afname worden vragen over het werkstuk gesteld. In de vakinformatie is per vak aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.
3.
In de vakinformatie is per vak aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.
Artikel
8
Profielwerkstuk en ‘oriëntatie op studie en beroep’ vwo/havo
Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn voor het betreffende profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste één vak dat bij de uitslagbepaling is betrokken. Dit vak dient een studielast te hebben van minimaal 320 uur voor havo en minimaal 400 uur voor vwo.
Artikel
9
Sectorwerkstuk en ‘oriëntatie op leren en werken’ vmbo
Het sectorwerkstuk dient te gaan over een maatschappelijk relevant onderwerp dat past bij de
beroepswereld van de betreffende sector.
Artikel
10
Rekentoets
1.
De rekentoets is een verplicht onderdeel van het staatsexamen.
2.
Het resultaat van de rekentoets heeft geen invloed op de uitslag.
3.
Het resultaat van de rekentoets wordt op de cijferlijst vermeld.
Artikel
11
Onregelmatigheden
1.
Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College voor examens maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.
2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:
a.
het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
b.
het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het betreffende vak;
c.
het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
d.
minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.
3.
Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.
4.
Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College voor examens de kandidaat het betreffende diploma of het certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College voor examens bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat, en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.
5.
Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.
6.
De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College voor examens. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College voor examens beslist binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij het college deze termijn heeft verlengd met ten hoogste twee weken. Het College voor examens stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College voor examens deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat die minderjarig is en aan de inspectie.
7.
De kandidaat die zonder een door het College voor examens aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen en het college-examen in dit vak. Een eventueel al afgelegd centraal examen en/of al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt/worden ongeldig verklaard.
Artikel
12
Klachten en bezwaar
1.
Klachten kunnen ingediend worden door een email te sturen naar klachten@ocwduo.nl of een brief te sturen naar Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen. Vermeld daarbij altijd uw naam- en adresgegevens en het telefoonnummer waarop u overdag te bereiken bent.
2.
Tegen een besluit waar u het niet mee eens bent, kunt u bezwaar indienen. Een bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend bij OCW/DUO, Examendiensten, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen.
Artikel
13
Uitslag
1.
De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing):
•
één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;
•
één of meer door het College voor examens uitgereikte cijferlijsten;
•
één (!) cijferlijst van een school voor voortgezet onderwijs;
•
één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;
•
één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;
•
één of meer door het College voor examens uitgereikte bewijzen van ontheffing.
Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor bepaalde vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.
2.
De hierboven bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
3.
Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.
4.
De uitslag luidt ‘geslaagd ’ of ‘afgewezen’.
Artikel
14
Uitslagregeling
1.
De kandidaat die staatsexamen vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
a.
hij, voor zover van toepassing, voor het sectorwerkstuk de beoordeling ‘goed’ of ‘voldoende’ heeft behaald en
b.
het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en
c.
hij voor het vak Nederlands als eindcijfer tenminste een vijf heeft behaald en
d.
hij heeft deelgenomen aan de rekentoets en
e.
hij
1.
voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
2.
voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger, of
3.
voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger.
2.
De kandidaat die staatsexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien
a.
het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en
b.
hij heeft deelgenomen aan de rekentoets en
c.
hij
1.
voor alle vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of
2.
voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of
3.
voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of
4.
voor twee van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt en
d.
hij voor de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en Wiskunde A, Wiskunde B dan wel Wiskunde C ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfer(s) 6 of hoger heeft behaald en
e.
hij voor geen van de onderdelen genoemd in het vierde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.
3.
Kandidaten die bij de uitslagbepaling cijfers voor de in het tweede lid onder d genoemde vakken willen laten meetellen die behaald zijn voor 2013 hoeven niet te voldoen aan de eis, verwoord in het tweede lid onder d. Deze overgangsbepaling geldt tot en met het examenjaar 2015.
4.
Bij de uitslagbepaling volgens het tweede lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van tenminste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald:
–
voor havo: maatschappijleer en het profielwerkstuk,
–
voor vwo: maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en het profielwerkstuk.
Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:
a.
literatuur,
b.
klassieke culturele vorming,
c.
algemene natuurwetenschappen in het havo,
d.
godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
5.
Het College voor examens bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
Artikel
15
Herkansing
1.
De vmbo-kandidaat die voor het sectorwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.
2.
Een kandidaat die een staatsexamen heeft afgelegd en daarvoor niet geslaagd is, mag een herkansing afleggen bestaande uit één college-examen en/of één centraal examen, niet noodzakelijkerwijs van hetzelfde vak, mits hij daardoor alsnog kan slagen. Een herkansing mag alleen worden afgelegd in vakken waarin in het lopende examenjaar staatsexamen is afgelegd.
Bij de uitreiking van de cijferlijst na vaststelling van de uitslag wordt aan de kandidaat die daarvoor in aanmerking komt, een herkansingsformulier uitgereikt. De kandidaat kan, binnen de daarvoor gestelde termijn, aangeven of hij aan de herkansing wenst deel te nemen en voor welk(e) vak(ken). De gestelde termijn staat vermeld op het herkansingsformulier.
3.
Herkansingen worden afgenomen in het derde tijdvak of, zo nodig, in het vierde tijdvak. Het College voor examens kan besluiten het centraal examen of een schriftelijk onderdeel van het college-examen bij de herkansing mondeling te laten afnemen.
4.
Bij vakken waarbij het college-examen uit een schriftelijk en een mondeling onderdeel bestaat, kan een kandidaat het College voor examens toestemming vragen bij de herkansing slechts één van beide onderdelen te doen. Het College voor examens neemt op dit verzoek een gemotiveerde beslissing. Als een onderdeel van het college-examen niet opnieuw wordt geëxamineerd, geldt voor dat onderdeel het resultaat dat eerder in het lopende examenjaar is behaald.
5.
Voordat de berekening van het eindcijfer plaatsvindt, wordt het cijfer van de herkansing voor het afgelegde centraal examen dan wel college-examen bepaald. Als het cijfer van de herkansing hoger uitvalt, dan wordt er met dat resultaat gerekend. Is het cijfer van de herkansing niet hoger dan wordt met het eerdere resultaat gerekend.
6.
De kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en in het lopende examenjaar de rekentoets heeft gemaakt, heeft recht op een herkansing van de rekentoets. Deze herkansing staat los van andere herkansingen.
7.
Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.
Artikel
16
Uitreiking diploma en cijferlijst
1.
Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt het behaalde profiel / worden de behaalde profielen (vwo en havo) vermeld en bij het vmbo de behaalde sector / sectoren en de leerweg.
Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde sectoren staan beschreven.
Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing:
–
het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
–
de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
–
de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;
–
de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
–
het combinatiecijfer (vwo en havo)
–
de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
–
het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
–
de rekentoets;
–
de uitslag ‘geslaagd’.
Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan maar die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.
Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:
–
het profiel waarvoor het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
–
de sector/sectoren en de leerweg (vmbo);
–
de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
–
de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
–
het combinatiecijfer (vwo en havo)
–
de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
–
het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
–
de rekentoets;
–
de uitslag ‘afgewezen’.
2.
Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:
–
de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
–
de leerweg (vmbo);
–
de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
–
de rekentoets;
–
het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan.
Artikel
17
Certificaat
Aan een kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en is afgewezen en aan een kandidaat die deelstaatsexamen heeft gedaan, wordt per schoolsoort één certificaat uitgereikt voor, voor zover van toepassing,
a.
het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
b.
voor het vwo en het havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en
c.
voor het vmbo het thema van het sectorwerkstuk, indien dit beoordeeld is met ‘goed’ of ‘voldoende’,
met dien verstande dat indien een examen in een vak dat op een certificaat voorkomt uit meerdere onderdelen bestaat, alle onderdelen in hetzelfde jaar dienen te zijn afgelegd.
Artikel
18
Ontheffingen/vrijstellingen
1.
Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.
2.
Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College voor examens positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.
3.
Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.
4.
Een kandidaat die in het bezit is van een havo-diploma, heeft op grond daarvan ontheffing voor de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel van het vwo: maatschappijleer en algemene natuurwetenschappen
Artikel
19
Bewaren en inzien van schriftelijke examenwerk.
Het schriftelijk examenwerk en de protocollen van de mondelinge examens worden gedurende ten minste zes maanden na afloop van het examen bewaard. Een kandidaat kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College voor examens.
Het College voor examens zal op ten minste twee data in het examenjaar kandidaten de mogelijkheid bieden in Amersfoort hun schriftelijk examenwerk in te zien. Voor deze inzage moeten kandidaten zich uiterlijk twee weken voor de gewenste datum per mail in Groningen aanmelden. De data worden op de site van DUO gepubliceerd. Inzage op andere momenten vindt, na afspraak, uitsluitend in Groningen plaats.
Artikel
20
Aansprakelijkheid
Examenfunctionarissen, aangesteld door het ministerie van OCW of benoemd door het College voor examens, zijn nimmer aansprakelijk voor schade en/of letsel van de kandidaat en derden veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.
De kandidaat vrijwaart de examenfunctionarissen tegen aanspraken van derden ter zake van schade en/of letsel veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.
Artikel
21
Gevallen onvoorzien
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist, namens het College voor examens, de manager staatsexamens VO.
Bijlage
1
Eindexamen vwo
Algemene informatie.
Het vwo kent vier profielen:
•
Cultuur en maatschappij
•
Economie en maatschappij
•
Natuur en gezondheid
•
Natuur en techniek
Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.
Profielwerkstuk
Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.
Examenvakken (met studielasturen):
Het gemeenschappelijk deel vwo van elk profiel bestaat uit:
•
Nederlandse taal en literatuur,
480
•
Engelse taal en literatuur,
400
•
(atheneum) Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur of Friese taal en cultuur,
480
•
(gymnasium) Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur *),
600
•
algemene natuurwetenschappen,
120
•
maatschappijleer,
120
•
rekentoets.
Profieldelen:
Profiel natuur en techniek
•
wiskunde B
600
•
natuurkunde
480
•
scheikunde
440
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
440
–
informatica
440
–
biologie
480
–
wiskunde D
440
Profiel natuur en gezondheid
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
520
•
scheikunde
440
•
biologie
480
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
440
–
aardrijkskunde
440
–
natuurkunde
480
Profiel economie en maatschappij
•
economie
480
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
520
•
geschiedenis
440
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
management en organisatie
440
–
aardrijkskunde
440
–
maatschappijwetenschappen
440
–
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
480
Profiel cultuur en maatschappij
•
wiskunde C (mag vervangen worden door wiskunde A of wiskunde B)
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
480
–
Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur *)
600
•
één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:
–
aardrijkskunde
440
–
maatschappijwetenschappen
440
–
economie
480
*) Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijn of Grieks, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.
Vrije deel examenvak voor vwo:
Een kandidaat kan kiezen uit:
•
de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen met een minimale studielast van 440 uur en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij
–
van de vakken wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C slechts één deel kan uitmaken van het profiel en dat wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien ook wiskunde B deel uitmaakt van het profiel;
–
kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek;
–
van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel;
•
Spaanse taal en literatuur (elementair)
480
Russische taal en literatuur (elementair)
480
Italiaanse taal en literatuur (elementair)
480
Arabische taal en literatuur (elementair)
480
Turkse taal en literatuur (elementair)
480
voorzover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.
•
kunst (algemeen)
200
Opmerking:
Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.
Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen aangeboden:
Kunst (beeldende vormgeving)
Kunst (muziek)
Kunst (drama)
Kunst (dans)
Textiele vormgeving
Bijlage
2
Eindexamen havo
Algemene informatie.
Het havo kent vier profielen:
•
Cultuur en maatschappij
•
Economie en maatschappij
•
Natuur en gezondheid
•
Natuur en techniek
Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.
Profielwerkstuk
Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.
Examenvakken (met studielasturen):
Het gemeenschappelijk deel havo van elk profiel bestaat uit:
•
Nederlandse taal en literatuur,
400
•
Engelse taal en literatuur,
360
•
maatschappijleer,
120
•
rekentoets.
Profieldelen:
Profiel natuur en techniek
•
wiskunde B
360
•
natuurkunde
400
•
scheikunde
320
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
320
–
informatica
320
–
biologie
400
–
wiskunde D
320
Profiel natuur en gezondheid
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
320
•
scheikunde
320
•
biologie
400
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
320
–
aardrijkskunde
320
–
natuurkunde
400
Profiel economie en maatschappij
•
economie
400
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
320
•
geschiedenis
320
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
management en organisatie
320
–
aardrijkskunde
320
–
maatschappijwetenschappen
320
–
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
400
Profiel cultuur en maatschappij
•
geschiedenis
320
•
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
400
•
één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:
–
aardrijkskunde
320
–
maatschappijwetenschappen
320
–
economie
400
Vrije deel examenvak voor vwo:
Een kandidaat kan kiezen uit:
•
de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij
–
van de vakken wiskunde A en wiskunde B er slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien wiskunde B deel uitmaakt van het profiel,
–
kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek,
–
van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel
•
Spaanse taal en literatuur (elementair)
320
Russische taal en literatuur (elementair)
320
Italiaanse taal en literatuur (elementair)
320
Arabische taal en literatuur (elementair)
320
Turkse taal en literatuur (elementair)
320
voorzover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.
•
algemene natuurwetenschappen
120
•
kunst (algemeen)
120
Opmerking:
Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.
Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen aangeboden:
Kunst (beeldende vormgeving)
Kunst (muziek)
Kunst (drama)
Kunst (dans)
Textiele vormgeving
Bijlage
3
Eindexamen vmbo TL
1.
Het gemeenschappelijk deel
Onafhankelijk van de gekozen sector zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:
•
Nederlandse taal,
•
Engelse taal,
•
maatschappijleer 1 (gemeenschappelijk deel),
•
rekentoets.
2.
Het sectordeel
Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken
a.
sector Techniek
•
wiskunde
•
natuur- en scheikunde 1
b.
sector Zorg en welzijn
•
biologie
•
één van de vakken: wiskunde, maatschappijleer 2, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde
c.
sector Economie
•
economie
•
één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde.
d.
• sector Landbouw
•
wiskunde
•
één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1
3.
Het vrije deel
Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het sectorgebonden deel):
*) Het sectordeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.
**) Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.
Sectorwerkstuk
Elke examenkandidaat dient een sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren. Voor het verwerven van een diploma dient hiervoor de beoordeling voldoende of goed te worden verkregen.
Opmerking:
Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.
Bijlage
4
vmbo GL, BB, KB
Bij de staatsexamens worden geen examens afgenomen in de beroepsgerichte vakken. Kandidaten die in de beroepsgerichte vakken al examen hebben gedaan, kunnen via de staatsexamens hun pakket met theoretische vakken aanvullen om alsnog een diploma te behalen.
Bijlage
2
bij de Regeling examenreglement en PTA staatsexamens VO 2014 van 18 juni 2013, nummer CvE-13.01729
Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs BES 2014, voor staatsexamen vwo, staatsexamen havo en staatsexamen vmbo
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Commissie staatsexamens VO: commissie namens het College voor examens belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs.
Artikel
2
Aanmelden
Kandidaten dienen zich vóór 1 januari 2014 aan te melden.
Artikel
3
Indeling examen
1.
Het staatsexamen in een vak bestaat uit een centraal examen en/of een college-examen. Het centraal examen is identiek aan het centraal examen voor de dagscholen en de dag/avondscholen.
Het college-examen bestaat uit:
a.
een schriftelijke toets en een mondeling examen, of
keuzen die ingevolge het in het tweede lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College voor examens, en
b.
het College voor examens kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, met dien verstande dat het college-examen zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.
4.
Het College voor examens stelt jaarlijks voor elk vak op grond van de wet College voor examens artikel 4a een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.
5.
Deze vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen.
Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit door het College voor examens in de vakinformatie is vastgelegd.
Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) dienen in de periode van het centraal examen 1e tijdvak te worden ingeleverd bij de plaatselijk voorzitter.
Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen.
2.
De examinatoren moeten voor aanvang van het mondeling examen de werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) kunnen inzien.
Wanneer het in te leveren materiaal niet tijdig door de plaatselijk voorzitter is ontvangen, wordt
de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken.
Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig legitimatiebewijs voorzien van een recente pasfoto kan tonen.
2.
Bij het schriftelijk examen of een schriftelijke toets dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.
3.
Een kandidaat wordt niet toegelaten tot het schriftelijk examen of de schriftelijke toets indien hij zich meer dan 30 minuten na aanvangstijd van het examen meldt bij de plaatselijk voorzitter.
4.
Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo wordt de kandidaat 20 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding kunt u voor ieder vak vinden in de vakinformatie
Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd.
5.
Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten te laat bij de examinatoren meldt voor de afname van het mondeling examen, wordt het examen volgens rooster afgenomen. De tijd die de kandidaat te laat is, wordt niet gecompenseerd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat door te laat te komen zich niet heeft kunnen voorbereiden.
Het mondeling examen komt te vervallen als de kandidaat zich 5 minuten of meer te laat bij de examinatoren meldt voor de afname.
6.
Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College voor examens,
a.
in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede tijdvak zo veel mogelijk gemiste toetsen en examens alsnog af te leggen;
b.
niet in staat is al zijn schriftelijke toetsen en examens in het eerste en tweede tijdvak af te leggen, krijgt hij uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, maar voor niet meer vakken dan nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere schoolsoorten, slechts voor één schoolsoort uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak kan krijgen.
7.
Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College voor examens, afwezig is bij een of meer mondelinge en/of praktische toetsen in de periode juni/juli, wordt geprobeerd de gemiste toetsen alsnog in dezelfde periode in te roosteren. Is dat niet mogelijk, dan krijgt de kandidaat uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, met dezelfde beperkende voorwaarden als in lid 6b.
8.
Mondelinge, praktische of schriftelijke examens of toetsen waarbij de kandidaat in het vierde tijdvak afwezig is, komen te vervallen.
Artikel
7
Beoordeling mondeling examen of praktisch examen
1.
Bij aanvang van het college-examen in een vak waarvoor een werkstuk of boekenlijst vereist is, bepalen de examinatoren of de betreffende documenten in redelijke mate voldoen aan de gestelde eisen; is dit niet het geval, dan wordt voor het betreffende onderdeel van het college-examen het cijfer 1 toegekend.
2.
Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. Tijdens de afname worden vragen over het werkstuk gesteld. In de vakinformatie is per vak aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.
3.
In de vakinformatie is per vak aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.
Artikel
8
Profielwerkstuk en ‘oriëntatie op studie en beroep’ vwo/havo
Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn voor het betreffende profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste één vak dat bij de uitslagbepaling is betrokken. Dit vak dient een studielast te hebben van minimaal 320 uur voor havo en minimaal 400 uur voor vwo.
Artikel
9
Sectorwerkstuk en ‘oriëntatie op leren en werken’ vmbo
Het sectorwerkstuk dient te gaan over een maatschappelijk relevant onderwerp dat past bij de beroepswereld van de betreffende sector.
Artikel
10
Onregelmatigheden
1.
Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College voor examens maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.
2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:
a.
het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
b.
het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het betreffende vak;
c.
het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
d.
minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.
3.
Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.
4.
Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College voor examens de kandidaat het betreffende diploma of het certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College voor examens bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat, en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.
5.
Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.
6.
De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College voor examens. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College voor examens beslist binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij het college deze termijn heeft verlengd met ten hoogste twee weken. Het College voor examens stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College voor examens deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat die minderjarig is en aan de inspectie.
7.
De kandidaat die zonder een door het College voor examens aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen en het college-examen in dit vak. Een eventueel al afgelegd centraal examen en/of al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt/worden ongeldig verklaard.
Artikel
11
Klachten en bezwaar
1.
Klachten kunnen ingediend worden door een email te sturen naar klachten@ocwduo.nl of een brief te sturen naar Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen. Vermeld daarbij altijd uw naam- en adresgegevens en het telefoonnummer waarop u overdag te bereiken bent.
2.
Tegen een besluit waar u het niet mee eens bent, kunt u bezwaar indienen. Een bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend bij OCW/DUO, Examendiensten, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen.
Artikel
12
Uitslag
1.
De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing):
•
één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;
•
één of meer door het College voor examens uitgereikte cijferlijsten;
•
één (!) cijferlijst van een school voor voortgezet onderwijs;
•
één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;
•
één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;
•
één of meer door het College voor examens uitgereikte bewijzen van ontheffing.
Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor bepaalde vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.
2.
De hierboven bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
3.
Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.
4.
De uitslag luidt ‘geslaagd ’ of ‘afgewezen’.
Artikel
13
Uitslagregeling
1.
De kandidaat die staatsexamen vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
a.
hij, voor zover van toepassing, voor het sectorwerkstuk de beoordeling ‘goed’ of ‘voldoende’ heeft behaald en
b.
het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en
c.
hij
1.
voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
2.
voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger, of
3.
voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger.
2.
De kandidaat die staatsexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien
a.
het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en
b.
hij
1.
voor alle vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of
2.
voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of
3.
voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of
4.
voor twee van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt en
c.
hij voor de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en Wiskunde A, Wiskunde B dan wel Wiskunde C ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfer(s) 6 of hoger heeft behaald en
d.
hij voor geen van de onderdelen genoemd in het vierde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.
3.
Kandidaten die bij de uitslagbepaling cijfers voor de in het tweede lid onder c genoemde vakken willen laten meetellen die behaald zijn voor 2013 hoeven niet te voldoen aan de eis, verwoord in het tweede lid onder c. Deze overgangsbepaling geldt tot en met het examenjaar 2015.
4.
Bij de uitslagbepaling volgens het tweede lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van tenminste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald:
–
voor havo: maatschappijleer en het profielwerkstuk,
–
voor vwo: maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en het profielwerkstuk.
Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:
a.
literatuur,
b.
klassieke culturele vorming,
c.
algemene natuurwetenschappen in het havo,
d.
godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
5.
Het College voor examens bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
Artikel
14
Herkansing
1.
De vmbo-kandidaat die voor het sectorwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.
2.
Een kandidaat die een staatsexamen heeft afgelegd en daarvoor niet geslaagd is, mag een herkansing afleggen bestaande uit één college-examen en/of één centraal examen, niet noodzakelijkerwijs van hetzelfde vak, mits hij daardoor alsnog kan slagen. Een herkansing mag alleen worden afgelegd in vakken waarin in het lopende examenjaar staatsexamen is afgelegd.
Bij de uitreiking van de cijferlijst na vaststelling van de uitslag wordt aan de kandidaat die daarvoor in aanmerking komt, een herkansingsformulier uitgereikt. De kandidaat kan, binnen de daarvoor gestelde termijn, aangeven of hij aan de herkansing wenst deel te nemen en voor welk(e) vak(ken). De gestelde termijn staat vermeld op het herkansingsformulier.
3.
Herkansingen worden afgenomen in het derde tijdvak of, zo nodig, in het vierde tijdvak. Het College voor examens kan besluiten het centraal examen of een schriftelijk onderdeel van het college-examen bij de herkansing mondeling te laten afnemen.
4.
Bij vakken waarbij het college-examen uit een schriftelijk en een mondeling onderdeel bestaat, kan een kandidaat het College voor examens toestemming vragen bij de herkansing slechts één van beide onderdelen te doen. Het College voor examens neemt op dit verzoek een gemotiveerde beslissing. Als een onderdeel van het college-examen niet opnieuw wordt geëxamineerd, geldt voor dat onderdeel het resultaat dat eerder in het lopende examenjaar is behaald.
5.
Voordat de berekening van het eindcijfer plaatsvindt, wordt het cijfer van de herkansing voor het afgelegde centraal examen dan wel college-examen bepaald. Als het cijfer van de herkansing hoger uitvalt, dan wordt er met dat resultaat gerekend. Is het cijfer van de herkansing niet hoger dan wordt met het eerdere resultaat gerekend.
6.
Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.
Artikel
15
Uitreiking diploma en cijferlijst
1.
Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt het behaalde profiel / worden de behaalde profielen (vwo en havo) vermeld en bij het vmbo de behaalde sector / sectoren en de leerweg.
Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde sectoren staan beschreven.
Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing:
–
het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
–
de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
–
de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;
–
de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
–
het combinatiecijfer (vwo en havo)
–
de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
–
het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
–
de uitslag ‘geslaagd’.
Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan maar die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.
Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:
–
het profiel waarvoor het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
–
de sector/sectoren en de leerweg (vmbo);
–
de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
–
de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
–
het combinatiecijfer (vwo en havo)
–
de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
–
het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
–
de uitslag ‘afgewezen’.
2.
Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:
–
de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
–
de leerweg (vmbo);
–
de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
–
het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan.
Artikel
16
Certificaat
Aan een kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en is afgewezen en aan een kandidaat die deelstaatsexamen heeft gedaan, wordt per schoolsoort één certificaat uitgereikt voor, voorzover van toepassing,
a.
het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
b.
voor het vwo en het havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en
c.
voor het vmbo het thema van het sectorwerkstuk, indien dit beoordeeld is met ‘goed’ of ‘voldoende’,
met dien verstande dat indien een examen in een vak dat op een certificaat voorkomt uit meerdere onderdelen bestaat, alle onderdelen in hetzelfde jaar dienen te zijn afgelegd.
Artikel
17
Ontheffingen/vrijstellingen
1.
Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.
2.
Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College voor examens positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.
3.
Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.
4.
Een kandidaat die in het bezit is van een havo-diploma, heeft op grond daarvan ontheffing voor de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel van het vwo: maatschappijleer en algemene natuurwetenschappen
Artikel
18
Bewaren en inzien van schriftelijke examenwerk
Het schriftelijk examenwerk en de protocollen van de mondelinge examens worden gedurende ten minste zes maanden na afloop van het examen bewaard. Een kandidaat kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College voor examens.
Het College voor Examens regelt voor de kandidaten de mogelijkheid hun schriftelijk examenwerk in te zien op een nader te bepalen datum in het derde tijdvak op Bonaire. De datum zal op de site van DUO worden gepubliceerd. Kandidaten die van deze mogelijkheid gebruik willen maken, moeten zich uiterlijk twee weken voor aanvang van het derde tijdvak per mail in Groningen te hebben aangemeld.
Artikel
19
Aansprakelijkheid
Examenfunctionarissen, aangesteld door het ministerie van OCW of benoemd door het College voor examens, zijn nimmer aansprakelijk voor schade en/of letsel van de kandidaat en derden veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.
De kandidaat vrijwaart de examenfunctionarissen tegen aanspraken van derden ter zake van schade en/of letsel veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.
Artikel
20
Gevallen onvoorzien
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist, namens het College voor examens, de manager staatsexamens VO.
Bijlage
1
Eindexamen vwo
Het vwo kent vier profielen:
•
Cultuur en maatschappij
•
Economie en maatschappij
•
Natuur en gezondheid
•
Natuur en techniek
Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.
Profielwerkstuk
Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.
Examenvakken (met studielasturen):
Het gemeenschappelijk deel vwo van elk profiel bestaat uit:
•
Nederlandse taal en literatuur,
480
•
Engelse taal en literatuur,
400
•
(atheneum) Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur of Friese taal en cultuur,
480
•
(gymnasium) Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur *),
600
•
algemene natuurwetenschappen,
120
•
maatschappijleer,
120
Profieldelen:
Profiel natuur en techniek
•
wiskunde B
600
•
natuurkunde
480
•
scheikunde
440
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
440
–
informatica
440
–
biologie
480
–
wiskunde D
440
Profiel natuur en gezondheid
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
520
•
scheikunde
440
•
biologie
480
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
440
–
aardrijkskunde
440
–
natuurkunde
480
Profiel economie en maatschappij
•
economie
480
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
520
•
geschiedenis
440
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
management en organisatie
440
–
aardrijkskunde
440
–
maatschappijwetenschappen
440
–
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
480
Profiel cultuur en maatschappij
•
wiskunde C (mag vervangen worden door wiskunde A of wiskunde B)
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
480
–
Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur *)
600
•
één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:
–
aardrijkskunde
440
–
maatschappijwetenschappen
440
–
economie
480
*) Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijn of Grieks, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.
Vrije deel examenvak voor vwo:
Een kandidaat kan kiezen uit:
•
de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen met een minimale studielast van 440 uur en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij
–
van de vakken wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C slechts één deel kan uitmaken van het profiel en dat wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien ook wiskunde B deel uitmaakt van het profiel;
–
kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek;
–
van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel;
•
Spaanse taal en literatuur (elementair)
480
Russische taal en literatuur (elementair)
480
Italiaanse taal en literatuur (elementair)
480
Arabische taal en literatuur (elementair)
480
Turkse taal en literatuur (elementair)
480
voorzover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.
•
kunst (algemeen)
200
Opmerking:
Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.
Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen aangeboden:
Kunst (beeldende vormgeving)
Kunst (muziek)
Kunst (drama)
Kunst (dans)
Textiele vormgeving
Bijlage
2
Eindexamen havo
Algemene informatie.
Het havo kent vier profielen:
•
Cultuur en maatschappij
•
Economie en maatschappij
•
Natuur en gezondheid
•
Natuur en techniek
Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.
Profielwerkstuk
Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.
Examenvakken (met studielasturen):
Het gemeenschappelijk deel havo van elk profiel bestaat uit:
•
Nederlandse taal en literatuur,
400
•
Engelse taal en literatuur,
360
•
maatschappijleer,
120
Profieldelen:
Profiel natuur en techniek
•
wiskunde B
360
•
natuurkunde
400
•
scheikunde
320
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
320
–
informatica
320
–
biologie
400
–
wiskunde D
320
Profiel natuur en gezondheid
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
320
•
scheikunde
320
•
biologie
400
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
natuur, leven en technologie
320
–
aardrijkskunde
320
–
natuurkunde
400
Profiel economie en maatschappij
•
economie
400
•
wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)
320
•
geschiedenis
320
•
één van de volgende profielkeuzevakken:
–
management en organisatie
320
–
aardrijkskunde
320
–
maatschappijwetenschappen
320
–
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
400
Profiel cultuur en maatschappij
•
geschiedenis
320
•
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur
Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur
400
•
één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:
–
aardrijkskunde
320
–
maatschappijwetenschappen
320
–
economie
400
Vrije deel examenvak voor vwo:
Een kandidaat kan kiezen uit:
•
de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij
–
van de vakken wiskunde A en wiskunde B er slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien wiskunde B deel uitmaakt van het profiel,
–
kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek,
–
van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel
•
Spaanse taal en literatuur (elementair)
320
Russische taal en literatuur (elementair)
320
Italiaanse taal en literatuur (elementair)
320
Arabische taal en literatuur (elementair)
320
Turkse taal en literatuur (elementair)
320
voorzover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.
•
algemene natuurwetenschappen
120
•
kunst (algemeen)
120
Opmerking:
Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.
Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen aangeboden:
Kunst (beeldende vormgeving)
Kunst (muziek)
Kunst (drama)
Kunst (dans)
Textiele vormgeving
Bijlage
3
Eindexamen vmbo TL
1.
Het gemeenschappelijk deel
Onafhankelijk van de gekozen sector zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:
•
Nederlandse taal,
•
Engelse taal,
•
maatschappijleer 1 (gemeenschappelijk deel).
2.
Het sectordeel
Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken
a.
sector Techniek
•
wiskunde
•
natuur- en scheikunde 1
b.
sector Zorg en welzijn
•
biologie
•
één van de vakken: wiskunde, maatschappijleer 2, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde
c.
sector Economie
•
economie
•
één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde.
d.
•
sector Landbouw
•
wiskunde
•
één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1
3.
Het vrije deel
Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het sectorgebonden deel):
*) Het sectordeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.
**) Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.
Sectorwerkstuk
Elke examenkandidaat dient een sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren. Voor het verwerven van een diploma dient hiervoor de beoordeling voldoende of goed te worden verkregen.
Opmerking:
Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.
Bijlage
4
vmbo GL, BB, KB
Bij de staatsexamens worden geen examens afgenomen in de beroepsgerichte vakken. Kandidaten die in de beroepsgerichte vakken al examen hebben gedaan, kunnen via de staatsexamens hun pakket met theoretische vakken aanvullen om alsnog een diploma te behalen.