Nadere voorschriften inzake de werkwijze van de Ledengroep van Intern en Overheidsaccountants (Nadere voorschriften werkwijze LIO)

Nadere voorschriften werkwijze LIO

De ledengroep van intern en overheidsaccountants;

Stelt de volgende nadere voorschriften vast:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Bijeenroepen van de vergadering en agenda

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

In het geval benoemingen, in ieder geval die als bedoeld in artikel 2, eerste lid, door de ledengroep moeten geschieden, meldt het ledengroepbestuur dit ten minste zes weken voor de datum van de desbetreffende ledengroepvergadering aan de leden.

Artikel

5

Hoofdstuk

3

Vergaderorde

Artikel

6

Een ledengroepvergadering is openbaar en alle geïnteresseerden zijn welkom. Alleen leden hebben een stemrecht.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De voorzitter van de vergadering is verantwoordelijk voor de gang van zaken binnen de vergadering. Hij is bevoegd de orde van de vergadering te bepalen en kan maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om te komen tot een ordentelijk verloop van de vergadering.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De voorzitter van de vergadering kan interrupties toelaten. Deze dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding.

Artikel

14

Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, kan de voorzitter van de vergadering hem tot de behandeling van het onderwerp terugroepen.

Artikel

15

Een lid voert over hetzelfde onderwerp niet meer dan twee maal, of als de behandeling in termijnen geschiedt in elke termijn niet meer dan twee maal, het woord, tenzij de voorzitter van de vergadering hem hiertoe verlof geeft.

Artikel

16

Hoofdstuk

4

Stemmingen over zaken en personen

Artikel

17

Indien een schriftelijke stemming plaatsvindt, wordt door het bestuur uit de aanwezige leden een stembureau aangewezen, dat op het verloop van de stemming toezicht houdt.

Artikel

18

Het vaststellen van de uitslag van een stemming geschiedt door de voorzitter van de vergadering.

Artikel

19

Nadat de beraadslaging over een onderwerp door de voorzitter is gesloten, gaat de vergadering zo nodig over tot het nemen van een besluit. Wanneer bij het nemen van een beslissing over zaken geen van de leden om stemming verzoekt, is het voorstel aangenomen en stelt de voorzitter van de vergadering vast dat het besluit zonder stemming is aangenomen.

Artikel

20

Artikel

21

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen en citeerwijze

Artikel

22