Wet van 4 december 2013, houdende regeling van het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning en het toezicht daarop

Wet regeling ouderlijk gezag op minderjarige Koning 2013

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ter voldoening aan het bepaalde in artikel 34 Grondwet, de wet het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning en het toezicht daarop regelt, alsmede dat het, gelet op het belang van alle uit Ons huwelijk met Hare Majesteit Koningin Máxima geboren minderjarige kinderen bij continuïteit in de opvoeding, wenselijk is dat de wet eveneens het gezag en de voogdij over de andere uit Ons huwelijk geboren minderjarige kinderen regelt;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Alvorens het lidmaatschap te aanvaarden legt elk lid van het College in handen van de voorzitter van de verenigde vergadering van de Staten-Generaal de volgende eed of belofte af:

«Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning; ik zweer (beloof) al de plichten, welke op mij als lid van het College van Toezicht rusten, met de meeste toewijding te zullen vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig! («Dat beloof ik!»).»

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De begroting van de uitgaven ten behoeve van de minderjarige Koning en de andere uit Ons huwelijk geboren kinderen en van de kosten, welke op het beheer van het vermogen mogen vallen, wordt door het College, op voordracht van Onze voornoemde echtgenote, vóór de aanvang van ieder kalenderjaar vastgesteld.

Artikel

10

Artikel

11

Wijzigt deze wet.

Artikel

12

De Wet van 10 juni 1981 (Stb. 381), houdende benoeming van een voogd en een regeling van de voogdij over de minderjarige Koning wordt ingetrokken.

Artikel

13

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Wassenaar
Willem-Alexander
DeMinister-President, MinistervanAlgemene Zaken, M. Rutte
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties , R.H.A. Plasterk
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten