Reglement Toetsing NRGD

Het College gerechtelijk deskundigen,
overwegende dat het wenselijk is ten behoeve van de selectie en benoeming van de leden van de toetsingsadviescommissie, de buiten functie stelling en de beëindiging van het lidmaatschap van deze commissie en de taak en de werkwijze van de toetsingsadviescommissie en van het College ten aanzien van de toetsing een reglement op te stellen;
gelet op artikel 7 van het Besluit register deskundige in strafzaken, artikel 6 en 8 van het Bestuursreglement College gerechtelijk deskundigen en artikel 11 van het Huishoudelijk Reglement College gerechtelijk deskundigen;

besluit het volgende reglement vast te stellen.

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

§

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1:1

In dit reglement wordt verstaan onder:

§

2

Taak van de toetsingsadviescommissie

Artikel

1:2

Overeenkomstig artikelen 6 en 8 van het Bestuursreglement en met inachtneming van dit reglement heeft een toetsingsadviescommissie tot taak het College te adviseren over een aanvraag tot inschrijving in het deskundigenregister. De toetsingsadviescommissie dient haar advies te geven aan de hand van de kwaliteitseisen genoemd in artikel 12 van het Besluit, en aan de hand van de specifieke kwaliteitseisen zoals die door het College zijn vastgesteld.

Hoofdstuk

2

Samenstelling toetsingsadviescommissies

§

1

Voordracht, aanmelding en selectie van de leden van de toetsingsadviescommissies

Artikel

2:1

Een kandidaat-lid kan worden voorgedragen voor benoeming. Voorts kan een kandidaat-lid zich op eigen initiatief aanmelden bij het College.

Toelichting:

Per deskundigheidsgebied is er een toetsingsadviescommissie. In de toetsingsadviescommissie zitten vakinhoudelijke leden en juridische leden. De kandidaat-leden kunnen op verschillende manieren bij het College worden voorgedragen, bijvoorbeeld door de normstellingsadviescommissie van het desbetreffende deskundigheidsgebied of door hun respectieve beroepsverenigingen. Een geïnteresseerd kandidaat-lid kan zich uiteraard ook zelf aanmelden bij het College.

Enkele deskundigheidsgebieden zijn onderverdeeld in deelgebieden. Vakinhoudelijke leden van de toetsingsadviescommissie worden benoemd als lid van de toetsingsadviescommissie voor dat deelgebied waarvoor zij zelf hebben aangegeven te willen worden benoemd en waarvoor zij door het College geschikt worden geacht.

De juridische leden van de toetsingsadviescommissie maken voorafgaand aan hun benoeming kenbaar voor welk deskundigheidsgebied zij inzetbaar zijn. Dit vanwege het verschil in ervaring of affiniteit die zij met bepaalde deskundigheidsgebieden hebben, dan wel hun beheersing van de Engelse taal. Een juridisch lid van de toetsingsadviescommissie kan in meerdere toetsingsadviescommissies worden benoemd.

Voor elke aanvrager wordt een specifieke toetsingsadviescommissie ingezet. In deze commissie zit altijd een jurist en een vakgenoot uit het deelgebied waarvoor een aanvraag is ingediend. De toetsingsadviescommissies worden met zorg samengesteld.

Artikel

2:2

Een lid van de toetsingsadviescommissie dient in staat te zijn de beoordeling van de aanvrager in onafhankelijkheid en zonder last of ruggespraak te verrichten.

Toelichting

Het staat buiten kijf dat een lid van de toetsingsadviescommissie aanvragers moet kunnen beoordelen op een onafhankelijke en onpartijdige wijze en met voldoende gezag en geloofwaardigheid. Een lid van de toetsingsadviescommissie moet van deze onafhankelijkheid blijk kunnen geven ten opzichte van te toetsen deskundigen alsook ten opzichte van de gebruikers van het registers, waaronder de rechterlijke macht en de advocatuur. Ten slotte moet het advies aan het College op zorgvuldige wijze tot stand komen.

De in dit artikel vervatte eis speelt onder meer in algemene zin ten tijde van de mogelijke benoeming. Hierbij moet gedacht worden aan de situatie dat de belangen die uit andere (neven)functies voortvloeien (on)verenigbaar kunnen zijn met de taakvervulling als lid van de toetsingsadviescommissie. Een zorgvuldige totstandkoming van het advies van de toetsingsadviescommissie vereist dat (de schijn van) een mogelijk belangenconflict te allen tijde moet worden voorkomen. Een dubbelrol van bijvoorbeeld belangenbehartiger tevens lid van de toetsingsadviescommissie zal niet bijdragen aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

Het vorenstaande kan uiteraard ook een rol spelen na de benoeming. Van een lid van de toetsingsadviescommissie mag worden verwacht dat hij in staat is te beoordelen of hij ten opzichte van een specifieke aanvrager vrij is tot een oordeel te kunnen komen en of hij zich indien dat niet het geval is, dient te verschonen. Dit is een afweging die een lid van de toetsingsadviescommissie in elke situatie eigenstandig moet maken.

Artikel

2:3

Artikel

2:4

§

2

Benoeming van de leden van de toetsingsadviescommissie

Artikel

2:5

Het College benoemt de leden van de toetsingsadviescommissie.

Toelichting:

Het positief beoordeelde kandidaat-lid ontvangt een benoemingsbesluit. Op de website van het NRGD staan de namen van de leden van de toetsingsadviescommissie vermeld.

Artikel

2:6

Het College kan zich bij de besluitvorming omtrent benoeming van leden van de toetsingsadviescommissie laten bijstaan door een benoemingsadviescommissie.

Toelichting:

Van de benoemingsadviescommissie zal het College alleen gebruik maken indien dit wenselijk wordt geacht, bijvoorbeeld in het geval dat het om een grote hoeveelheid te beoordelen kandidaat-leden gaat.

Een zorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming door het College vereist dat van het overleg van de benoemingsadviescommissie een zakelijk verslag wordt gemaakt, zodat op basis daarvan een goed gemotiveerd advies kan worden uitgebracht.

Artikel

2:7

Een lid van de toetsingsadviescommissie wordt benoemd voor een periode van vier jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin het lid wordt benoemd. Het College kan beslissen tot herbenoeming, eveneens voor een periode van vier jaar.

Toelichting:

Het initiatief om te een herbenoeming te laten plaatsvinden ligt bij het College. De herbenoeming zal geen automatisme zijn. Het College zal voor afloop van de termijn het functioneren van het betrokken lid evalueren en bij de herbenoeming het lid van de toetsingscommissie beoordelen of hij aan de op dat moment geldende eisen voldoet. Deze eisen veranderen uiteraard parallel met het aanpassen van de registratie-eisen van de deskundigheidsgebieden.

Voor een efficiënte werkwijze van de toetsingen staat de continuïteit van de toetsingsadviescommissie voorop. Het is zeer nuttig als een goed functionerend lid van de toetsingsadviescommissie zonder problemen kan worden herbenoemd. Om een grote administratieve belasting te voorkomen zal een benoeming ingaan op de eerste januari van het jaar waarin het lid wordt benoemd.

Artikel

2:8

Een lid van de toetsingsadviescommissie is verplicht hetgeen hem in deze functie ter kennis is gekomen, niet verder bekend te maken dan bij het uitoefenen van zijn taak noodzakelijk is. Hij ondertekent daartoe een geheimhoudingsverklaring.

Toelichting:

Tot de taak van een lid van de toetsingsadviescommissie behoort het bespreken van de stukken, de mondelinge toetsing en het schrijven van het advies zelf. Maar ook besprekingen die door het College of het Bureau in het kader van intervisie worden georganiseerd vallen hieronder.

Artikel

2:9

Een lid van de toetsingsadviescommissie is niet lid van het College.

Toelichting:

Een mogelijke belangenverstrengeling tussen beide posities moet worden voorkomen. Een lid van het bevoegd gezag kan niet tevens lid van een onafhankelijke adviescommissie zijn.

Artikel

2:10

Een vakinhoudelijk lid van de toetsingsadviescommissie wordt tevens benoemd als lid van de bezwaarschriftadviescommissie voor het desbetreffende deskundigheidsgebied, tenzij het betrokken lid zelf heeft aangegeven hiervan af te willen zien.

Toelichting:

In Nederland zijn er veel deskundigheidsgebieden waarin maar weinig mensen werkzaam zijn. Aanvragers worden getoetst door mensen, die zij professioneel vaak al heel goed kennen. De selectie en de samenstelling van de toetsingsadviescommissies door het NRGD vindt op een zorgvuldige wijze plaats. Leden van de toetsingsadviescommissie mogen in beginsel niet werkzaam zijn bij hetzelfde instituut, of anderszins een intensieve werkrelatie hebben. Dit levert problemen op bij de toetsing, en bij de eventuele bezwaarfase. Voor de samenstelling van de adviescommissie die het bezwaar behandelt na bijvoorbeeld een afwijzing, acht het College het wenselijk dat uit dezelfde pool kan worden geput als bij de toetsingen. Bij de samenstelling van de bezwaarschriftadviescommissie wordt ervoor gewaakt dat het desbetreffende lid niet in een eerder stadium betrokken is geweest bij de toetsing.

Uiteraard kan het geval zich voordoen dat kandidaat-leden niet als lid van de bezwaaradviescommissie willen worden benoemd. Deze ruimte zal het College geven door kandidaat-leden in de eerste contacten met het NRGD daarop te wijzen.

§

3

Het beëindigen en buiten functie stellen van het lidmaatschap van de toetsingsadviescommissie

Artikel

2:11

Het lidmaatschap van de toetsingsadviescommissie eindigt met:

  • a.

    het verstrijken van de benoemingstermijn;

  • b.

    een schriftelijke opzegging van het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie, met dien verstande dat de behandeling van lopende toetsingen waarbij het desbetreffende lid betrokken is, zorgvuldig wordt afgerond;

  • c.

    het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij de regeling die aan de benoeming voorafgaat, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van de benoeming geldt;

  • d.

    een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de deskundige onder curatele is gesteld;

  • e.

    het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

  • f.

    het onherroepelijk worden van een veroordeling tot een vrijheidsstraf;

  • g.

    ingang van de dag van bekendmaking van het besluit aan het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie als bedoeld in artikel 2:13.

Toelichting:

Onderdeel a

Zoals in artikel 2:7 is bepaald ligt het initiatief om een lid van de toetsingsadviescommissie te herbenoemen bij het College. Een herbenoeming is geen automatisme. De benoemingstermijn eindigt van rechtswege.

Onderdeel b

Het komt regelmatig voor dat een lid van de toetsingsadviescommissie het College bericht dat hij niet meer wil worden ingezet. In dat geval is het zeer gewenst dat het betrokken lid de dossiers die hij op dat moment nog onder zich heeft afhandelt en de toetsing afmaakt. Is dit onverhoopt niet mogelijk, brengt goed toetserschap met zich dat het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie zorgt voor een goede overdracht. Het heeft dan ook sterk de voorkeur dat een lid van de toetsingsadviescommissie niet stopt tussen een schriftelijke en mondelinge toetsing (inclusief uitbrengen van het advies). Door de opzegging met waarborgen te omkleden kunnen eventuele organisatorische problemen voldoende worden opgevangen. Uiteraard kan hiervan worden afgeweken. Er zullen zich altijd uitzonderingen voordoen, bijvoorbeeld bij een beëindiging wegens ernstige ziekte.

Onderdeel c

De in dit onderdeel vervatte regel ziet op de situatie dat er gedurende de benoemingsperiode van vier jaar wezenlijke veranderingen bij het benoemde lid van de toetsingsadviescommissie kunnen plaatsvinden. Dit kan aanleiding zijn om afscheid van elkaar te nemen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verandering van functie buiten het betreffende deskundigheidsgebied waardoor de noodzakelijke kennis ervan verdwijnt.

Artikel

2:12

Artikel

2:13

Artikel

2:14

Utrecht
Het College gerechtelijk deskundigen, J.A. Coster van Voorhout Voorzitter