Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die dyslexiezorg1Een omschrijving van wat onder dyslexiezorg in het kader van de Zvw wordtverstaan, wordt gegeven in artikel 2.5a van het Besluit zorgverzekering. als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) leveren.
Artikel
2
Doel van de regeling
Het doel van deze regeling is het bevorderen van een zorgvuldige registratie en declaratie van dyslexiezorg.
Artikel
3
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.
zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg verleent;
b.
1.
orthopedagogen-generalist die geregistreerd zijn bij de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijsdeskundigen (NVO) en
2.
kinder- en jeugdpsychologen, die geregistreerd zijn bij het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).
3.
hoofdbehandelaars in de GGZ die BIG-geregistreerd zijn en een GGZ-specifieke opleiding hebben gevolgd, zijnde:
i.
Psychiater
ii.
Klinisch psycholoog
iii.
Klinisch neuropsycholoog
iv.
Psychotherapeut
v.
Specialist ouderengeneeskunde
vi.
Verslavingsarts in profielregister KNMG
vii.
Klinisch geriater
viii.
Verpleegkundig specialist GGZ
ix.
GZ-psycholoog
c.
dyslexiezorg: zorg als omschreven in artikel 2.5a van het Besluit zorgverzekering. Dyslexiezorg omvat zorg gericht op diagnostiek en behandeling van enkelvoudige ernstige dyslexie bij kinderen van zeven jaar of ouder die basisonderwijs volgen en die wordt verricht conform het Protocol ‘Dyslexie, diagnostiek en behandeling’ (Blomert 2006).
In aanvulling hierop zijn onderstaande verplichtingen van toepassing.
Artikel
5
Aanvullende bepalingen
1
Registratie van dyslexiezorg vindt plaats onder de productgroep ‘Overige stoornissen in de kindertijd’ van de behandeltabel van de productstructuur DBC’s GGZ. Deze vorm van dyslexiezorg dient als volgt te worden getypeerd:
a.
primaire diagnose: op as 1 van DSM-IV-TR dient ‘leesstoornis’ geregistreerd te worden;
b.
nevendiagnosen: er mag geen sprake zijn van een nevendiagnose op as 1 of 2;
c.
overige diagnosen: er dient op as 3 ‘diagnose op As3 enkelvoudig’ geregistreerd te worden. De overige assen (as 4 en as 5) hebben geen verdere specificaties; deze dienen ingevuld te worden naar de mate van functioneren en zorgverzwarende psychosociale factoren.
2
Als de zorgverlening enkel bestaat uit diagnostiek, dient deze te worden geregistreerd dan wel ingedeeld in de bijzondere productgroep ‘Diagnostiek’.
3
In de prestatiebeschrijving van dyslexiezorg (zie artikel 3 van de beleidsregel ‘Dyslexiezorg’) wordt gesproken over ‘kinderen van zeven jaar en ouder die basisonderwijs volgen’. Hier moet onder verstaan worden dat:
a.
de initiële DBC altijd geopend dient te worden als het te behandelen kind zeven jaar of ouder is en basisonderwijs volgt.
b.
indien het betreffende kind tijdens de behandeling dan wel tijdens de looptijd van de initiële DBC, de overstap maakt naar het voortgezet onderwijs, blijft een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 5 gerechtigd de geleverde dyslexiezorg te registreren en te declareren met gebruikmaking van die initiële DBC. Een overstap naar het voortgezet onderwijs houdt dus niet noodzakelijkerwijs in, dat de dyslexiebehandeling moet worden gestopt en de reeds geopende DBC bijgevolg moet worden gesloten.
c.
indien de maximale looptijd van de initiële DBC (365 dagen) is verstreken, het betreffende kind inmiddels de overstap heeft gemaakt naar het voortgezet onderwijs, en de behandelend zorgaanbieder desalniettemin van mening is, dat de lopende dyslexiebehandeling moet worden gecontinueerd, is die zorgaanbieder, mits behorend tot een van de categorieën genoemd in artikel 5 gerechtigd een vervolg DBC te openen en deze (na
sluiting) te declareren.
Artikel
6
Intrekking oude regeling
Gelijktijdig met inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling ‘Tijdelijke regeling dyslexiezorg’, met kenmerk NR/CU-523 ingetrokken.
De regeling ‘Tijdelijke regeling dyslexiezorg’ met kenmerk NR/CU-523 blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.
Artikel
8
Slotbepalingen
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014 en vervalt met ingang van 1 januari 2015.