Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;
-
b.
de commissie: de commissie De Jong;
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;
de commissie: de commissie De Jong;
Er is een commissie De Jong.
De commissie heeft tot taak voor één februari 2014 een advies op te stellen over:
Op welke wijze het validatiestelsel filantropie verplicht dient te worden gemaakt voor alle charitatieve ANBI’s;
Hoe taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot het beheer van het validatiestelsel dienen te worden belegd.
De commissie bestaat uit deskundigen op het snijvlak van de filantropie, de fiscaliteit, toezicht en staats- en bestuursrecht
Als leden van de commissie worden benoemd:
De heer drs. G. de Jong, oud-lid van de Algemene Rekenkamer, thans gepensioneerd, tevens voorzitter;
De heer professor dr. S.E. Zijlstra, hoogleraar staats- en bestuursrecht bij de Vrije Universiteit te Amsterdam;
De heer professor dr. mr. M. Pheijffer RA, hoogleraar accountancy en forensische accountancy bij de Universiteit Leiden en NijenRode;
De heer mr. M.L.A. van Rij, senior partner EY;
De heer professor dr. ing. F.J.H. Mertens, hoogleraar toezicht bij de Technische Universiteit te Delft.
Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van het advies, dan stelt zij de Minister daarvan onverwijld op de hoogte.
De Minister beslist over de eventuele verlenging van de termijn als bedoeld in artikel 3 en brengt de commissie daarvan schriftelijk op de hoogte.
De leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vergoeding per vergadering. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedraagt deze vergoeding 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, met dien verstande dat aan de voorzitter een vergoeding wordt toegekend van 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie wordt toegekend.
De leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten conform artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.
Zodra de commissie advies heeft uitgebracht aan het bestuurlijk overleg van de ondertekenende partijen van het convenant “Ruimte voor geven”, als bedoeld in artikel 3, eindigen de werkzaamheden van de commissie.
De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgedragen aan het archief van het Ministerie van van Veiligheid en Justitie.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2013.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie De Jong.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.