Samenwerking Musea

Het bestuur van het Mondriaan Fonds,

Besluit:

Artikel

1

Toepassingsgebied

De regeling is van toepassing op musea en is bedoeld als bijdrage voor gezamenlijke initiatieven die het gangbare overstijgen, de relatie tussen de burger en cultureel erfgoed versterken, een duurzaam karakter hebben, voorbeeld stellend en navolgbaar zijn door anderen en uiteindelijk leiden tot een sterkere museale sector. Het gaat daarbij om de volgende thema’s:

  • educatie;

  • publieksbereik;

  • zichtbaarheid;

  • wetenschap;

  • digitale mogelijkheden;

  • collectiebeleid.

Artikel

2

Doel en reikwijdte van de regeling

Het doel van de deelregeling is bijzondere en duurzame samenwerking van musea onderling al dan niet met andere maatschappelijke partners te stimuleren. De regeling is van kracht tot en met 31 december 2016. Voor de regeling is maximaal 8 miljoen euro inclusief overheadkosten beschikbaar.

  • 1.

    Een bijdrage kan worden aangevraagd door een museum dat is opgenomen in het Museumregister tezamen met één of meerdere andere musea binnen Nederland of internationaal en/of met een maatschappelijke partner (zoals onderwijs, andere culturele instellingen, bedrijfsleven en publiek).

  • 2.

    Een bijdrage kan worden verstrekt als tegemoetkoming voor een samenwerking die beoogt bij te dragen aan een gemeenschappelijk resultaat door een gezamenlijke inspanning op ten minste een van de volgende gebieden:

    • toename van het publieksbereik door meer en/of nieuw publiek;

    • grotere zichtbaarheid van de collectie;

    • gedeelde en/of geborgde museale kennis;

    • rendabelere bedrijfsvoering door kostenreductie of omzetverhoging.

  • 3.

    Een bijdrage kan worden verstrekt als tegemoetkoming voor een samenwerking die beoogt bij te dragen aan haalbaarheidsonderzoeken zoals:

    • het voorbereiden van verregaande vormen van samenwerking of fusie;

    • het inhuren van specifieke expertise, die leidt tot nauwere samenwerking op voornoemde gebieden;

    • het onderzoeken van best practises;

    • het aangaan van intensieve (internationale) samenwerking.

  • 4.

    In de toelichting bij het aanvraagformulier zijn het maximale percentage van de tegemoetkoming en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.

  • 5.

    Indien het samenwerkingsinitiatief gepaard gaat met het afstoten van belangrijke (deel-) collecties moet dat zorgvuldig gebeuren en, indien van toepassing, volgens het waarderingsstelsel van de RCE worden uitgevoerd.

Artikel

3

Aanvraag

De aanvraag voor samenwerking dient vergezeld te gaan van een gezamenlijk gemotiveerd plan waarin is opgenomen een toelichting hoe de opgedane kennis en ervaring worden geborgd en gedeeld met het museale veld; een presentatie- en communicatieplan; een begroting met zo mogelijk offertes en, indien van toepassing, toezeggingen van uitnodigende of deelnemende partijen. Bij aanvragen op het gebied van collectiemobiliteit is een collectieplan van zowel het ontvangende als het afstotende museum vereist. Daarnaast zijn de bepalingen in het Algemeen reglement van het Mondriaan Fonds, in het aanvraagformulier en in de toelichting van kracht.

Artikel

4

Inhoudelijke beoordeling

Artikel

5

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2013. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 november 2013, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 november 2013. De regeling is van kracht tot en met 31 december 2016.

Artikel

6

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Samenwerking Musea. Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De stichting Mondriaan Fonds, B. Donker directeur/bestuurder.