Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 december 2013, nr. 2013-0000747797, houdende regels betreffende de aanmelding van voorgenomen en gerealiseerde investeringen als bedoeld in de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II (Regeling vermindering verhuurderheffing 2014)
Vrijstellingsbesluit DAEB: besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen;
De aanmelding van een voorgenomen investering bevat ten minste:
a.
een aanduiding van de voorgenomen investering;
b.
een aanduiding van de postcodes, de adressen, dan wel de kadastrale aanduidingen van de objecten ten aanzien waarvan de voorgenomen investering wordt verricht;
c.
een reële raming van de investeringskosten per huurwoning van de voorgenomen investering, en
d.
indien van toepassing: een opgave van de datum waarop het bevoegd gezag de ten behoeve van een voorgenomen investering afgegeven omgevingsvergunning heeft verstrekt of schriftelijk kenbaar heeft gemaakt die vergunning te zullen verstrekken;
e.
indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet betreft: een energielabel met een opnamedatum die op het tijdstip van aanmelding van de voorgenomen investering niet ouder is dan 6 maanden, alsmede het verwachte energielabel na realisatie van de investering.
2
De belastingplichtige verklaart dat de voorgenomen investering betrekking heeft op een of meerdere huurwoningen.
Indien de belastingplichtige voor een huurwoning een aangemelde voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet, intrekt en voor die huurwoning binnen vijf werkdagen een nieuwe aanmelding voor een voorgenomen investering doet, kan hij eenmalig de bij de nieuwe aanmelding het energielabel overleggen die hij bij de ingetrokken voorgenomen investering heeft overlegd.
5
In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, kan bij de aanmelding van een voorgenomen investering tot 1 oktober 2021 een energielabel gebruikt worden met een opnamedatum van na 1 juli 2020.
Hoofdstuk
3
Aanmelding van een gerealiseerde investering
Artikel
3
1
De aanmelding van een gerealiseerde investering bevat ten minste:
a.
een aanduiding van de gerealiseerde investering;
b.
een aanduiding van de postcodes en de adressen ten aanzien waarvan de gerealiseerde investering is verricht;
c.
de vergunning indien de investering vergunningplichtig is;
indien sprake is van verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen die gerealiseerd is na 31 december 2017: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
f.
de datum waarop de investering is gerealiseerd;
g.
de gerealiseerde investeringskosten per huurwoning;
In afwijking van het eerste lid geschiedt de aanmelding van een gerealiseerde investering, waarvoor een voorlopige investeringsverklaring is afgegeven voor 1 januari 2021, met inachtneming van het eerste lid zoals dat gold voor 1 januari 2021.
een aanduiding van de postcode en het adres van de woningen waarvan de belastingplichtige de eigendom verwerft en waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd;
b.
een verklaring van de toegelaten instelling die de woning in eigendom verwerft dat de aankoop onderdeel uitmaakt van een plan dat beoogt uitvoering te geven aan een activiteit in het kader van stedelijke vernieuwing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, en
c.
de datum van de eigendomsoverdracht van de woning aan de toegelaten instelling.
De compensatie bedraagt maximaal € 15 miljoen per belastingplichtige per jaar.
2
Indien het bedrag, genoemd in het eerste lid, varieert gedurende de periode waarin aan de belastingplichtige de activiteiten, bedoeld in artikel 1.14, eerste lid, van de wet zijn opgedragen, wordt dit jaarbedrag berekend als het gemiddelde van de jaarlijkse compensatiebedragen die naar verwachting gedurende die periode zullen worden toegekend.
Artikel
5
De belastingplichtige administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het Vrijstellingsbesluit DAEB, verbonden met de gerealiseerde investeringen op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de heffingsvermindering.
Hoofdstuk
5
Slotbepalingen
Artikel
6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
Artikel
7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vermindering verhuurderheffing 2014.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.