Artikel
I
Wijzigt de Mediawet 2008.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Mediawet 2008.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (verspreiding televisie- en radioprogrammakanalen, en vaststelling minimale omvang standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalen).
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (moderniseren van het stelsel van de landelijke publieke omroep).
Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (moderniseren van het stelsel van de landelijke publieke omroep).
Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (moderniseren van het stelsel van de landelijke publieke omroep).
Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008, enz. (aanpassing rijksmediabijdrage, beëindiging wettelijke taken Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard).
In afwijking van artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin, van de Mediawet 2008 wordt de rijksmediabijdrage vermeerderd met € 93,160 miljoen voor het jaar 2014.
In afwijking van artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin, van de Mediawet 2008 bedraagt de vermindering van de rijksmediabijdrage:
€ 7,116 miljoen voor het jaar 2015;
€ 7,169 miljoen voor het jaar 2016; en
€ 57,227 miljoen voor het jaar 2017.
In afwijking van de artikelen 2.61, derde lid, en 2.62 van de Mediawet 2008, zoals die artikelen luiden op 1 januari 2014, kunnen uitsluitend de regionale publieke media-instellingen overeenkomstig artikel 2.62 van die wet worden aangewezen die op 31 december 2013 overeenkomstig artikel 2.61 van die wet waren aangewezen. De eerste volzin is niet van toepassing, als een aanwijzing op grond van artikel 2.67 of artikel 2.68 van de Mediawet 2008 is ingetrokken.
In afwijking van artikel 2.175, eerste lid, van de Mediawet 2008 is het een regionale publieke media-instelling die op 31 december 2013 overeenkomstig artikel 2.61 van die wet was aangewezen, toegestaan het totaal van de gereserveerde gelden waarover deze instelling op die datum beschikte, te reserveren als gelden voor de verzorging van media-aanbod en andere wettelijke doeleinden met dien verstande dat die gelden niet toenemen.
Als de gelden, bedoeld in het eerste lid, minder bedragen dan tien procent van de uitgaven van de regionale publieke media-instelling in een kalenderjaar, is artikel 2.175, tweede lid, van de Mediawet 2008 van toepassing.
Ten behoeve van de financiële verantwoording over het kalenderjaar 2013 met betrekking tot de regionale publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.61 van de Mediawet 2008, blijven de desbetreffende provinciale voorschriften, zoals die luidden op 31 december 2013, van toepassing.
Een aanvraag om bekostiging van een regionale omroep voor het jaar 2014 die bij gedeputeerde staten is ingediend, wordt aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 2.170, tweede lid, van de Mediawet 2008, zoals dat artikellid luidt met ingang van het tijdstip waarop het in werking is getreden.
Deze wet treedt met uitzondering van de artikelen I, onderdeel N, en VIa in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel VIA treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.