Inschrijvingsvoorwaarden mediators 2014 (Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 27 november 2013 krachtens artikel 33 b van de Wet op de Rechtsbijstand)

Besluit inschrijvingsvoorwaarden mediators 2013

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die in aanmerking willen komen voor verwijzingen vanuit de gerechten of vanuit het Juridisch Loket zich inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en volgende van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

  • a.

    de vakbekwaamheidseisen die aan de mediator worden gesteld;

  • b.

    de mate van gebondenheid aan door de beroepsgroep algemeen aanvaarde normen betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening;

  • c.

    de wijze waarop schendingen van de algemene norm betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening worden afgehandeld;

  • d.

    de medewerking door de mediator aan onderzoek naar de werking van mediation en aan evaluatie;

  • e.

    de verslaglegging door de mediator van de door hem verrichte werkzaamheden;

  • f.

    de beroepsaansprakelijkheidsverzekering;

  • g.

    de organisatie van het kantoor waar de mediator werkzaam is.

In het onderstaande zijn deze voorwaarden uitgewerkt. De voorwaarden zijn op te vatten als algemeen verbindende voorschriften.

Inschrijvingsvoorwaarden

Artikel

1

Registratie/ opleidingsvereisten / evaluatie

Artikel

2

Beschikbaarheid

De mediator verplicht zich steeds beschikbaar te zijn voor het doen van een verwezen mediation – behoudens vakantie en tijdens ziekte – en telkens binnen twee weken na aanmelding en acceptatie van de mediation een eerste mediationbijeenkomst te houden en vervolgafspraken zodanig te maken dat de mediation binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst afgerond is.

Artikel

3

Organisatie kantoor/ praktijk

De mediator dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor/ praktijk, waarin voldoende voorzien is in:

  • a.

    de telefonische bereikbaarheid tijdens kantooruren waarvan enkele uren per dag direct en voor het overige via het gebruik van een telefoonbeantwoorder of voice-mail, e-mail en een fax, die dagelijks respectievelijk worden afgeluisterd, geopend en/ of gelezen;

  • b.

    dat verhindering wegens overmacht zo spoedig mogelijk telefonisch door de mediator wordt doorgeven aan de verwijzingsvoorziening, onmiddellijk gevolgd door schriftelijke bevestiging hiervan.

Artikel

4

Plaatsvervanging

Plaatsvervanging is in principe niet mogelijk. Incidenteel kan, in geval van zwaarwegende redenen voor verhindering, plaatsvervanging geschieden met een eveneens bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven mediator. Indien het om een verwijzing van de verwijzingsvoorzieningen gaat, dient dit tevens in overleg met de betreffende verwijzingsvoorziening te geschieden.

Artikel

5

Werkwijze

Artikel

6

Klacht- en tuchtrecht

Artikel

7

Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 450.000,– (zegge vierhonderdvijftigduizend euro) per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor minimaal € 450.000 per gebeurtenis.

Artikel

8

Monitoring

De mediator draagt zorg voor het compleet en tijdig verstrekken van de gegevens ten behoeve van de monitoring die door de verwijzingsvoorziening worden gevraagd.

Artikel

9

Mediationkamers

De mediator is bereid mediationbijeenkomsten te houden in mediationkamers die door de verwijzingsvoorziening bij de Rechtspraak zijn ingericht. Voor de gevallen waarin de verwijzingsvoorziening geen ruimte ter beschikking heeft, dient de mediator adequate ruimte ter beschikking te hebben om mediationbijeenkomsten te houden. De mediator brengt hiervoor geen kosten aan partijen in rekening.

Artikel

10

Team- en co-mediation

Artikel

11

Vergoeding voor de niet toegevoegde partij. Eigen bijdrage toevoegingscliënt

Artikel

12

Registratie van affiniteiten door de Raad voor Rechtsbijstand

Bij zijn verzoek tot inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand kan de mediator één of meer affiniteiten opgeven. Een affiniteit wordt door de Raad alleen geregistreerd als per hoofdcategorie waarbinnen de affiniteit wordt opgegeven tenminste drie mediations8Het moet gaan om mediations in overeenstemming met de NMI-reglementen, aangevangen met een schriftelijke mediation overeenkomst. Andere vormen van bemiddeling, zoals buurtbemiddelingen tellen niet mee. zijn behandeld. Dit moet aan de hand van (geanonimiseerde) mediationovereenkomsten aangetoond worden. Dit geldt niet voor het registreren van affiniteiten op het terrein van het Personen- en Familierecht, daarop is artikel 13 van toepassing.

Artikel

13

Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken op het terrein van het personen – familierecht

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een mediator die om inschrijving verzoekt, naast de in artikel 1 lid 1 omschreven eisen, te voldoen aan het volgende vereiste:

  • a.

    het voltooid hebben van een door het NMI en /of door de Stichting Kwaliteit Mediators geaccrediteerde opleiding tot familiemediator;

Om vervolgens ingeschreven te blijven voor dit vakgebied dient een daarvoor toegelaten mediator te voldoen aan de volgende vereisten:

  • b.

    het behandelen van tenminste 5 mediations per jaar op het terrein van het personen en familierecht;

  • c.

    het behalen van 5 opleidingspunten op het terrein van het personen- en familierecht.

Artikel

14

Online mediation

Voor de toepassing van online mediation, in zaken waarvoor na eigen acquisitie een toevoeging wordt verzocht, respectievelijk wordt bemiddeld op grond van een verwijzing door een van de verwijzingsvoorzieningen, dient de mediator een door de Raad voor Rechtsbijstand erkende ‘opleiding tot gespecialiseerd online bemiddelaar’ succesvol te hebben afgerond.9Goedgekeurd is in ieder geval de online mediation opleiding van Juripax. Andere opleidingen kunnen desgewenst door opleidingsinstellingen ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd.

Artikel

15

Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken betreffende internationale kinderontvoering

Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 13 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

  • succesvol hebben deelgenomen aan een door de Raad voor Rechtsbijstand erkende opleiding voor cross border mediation;

  • kennis van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV) en de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990;

  • ervaring als mediator in familierechtzaken, dat wil zeggen als mediator 10 familierechtzaken behandeld hebben;

  • op de hoogte blijven van de (rechts)ontwikkelingen op het gebied van internationale kinderontvoering door het bijwonen van relevante congressen, cursussen, lezingen etc. en het op de hoogte blijven van relevante jurisprudentie.

Artikel

16

Wijziging van gegevens en beëindiging deelname

Het doorgeven van wijzigingen van gegevens en beëindiging van deelname dient schriftelijk te geschieden bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld te Utrecht op 18 december 2013.

P.J.M. van de Biggelaar, directeur stelsel.
J. Wijkstra directeur bedrijfsvoering.