Artikel
1
1
Deze verordening neemt over de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005 en de Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2014 en verstaat voorts onder:
|
a. werknemer |
: |
eenieder die werkzaam is in een onderneming in de vleeswarenindustrie, de vleesconservenindustrie of de bacon industrie, waaronder begrepen |
|
- eenieder die een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan met de ondernemer die de onderneming in stand houdt; |
||
|
- alsmede eenieder die als zelfstandige zonder personeel of als uitzendkracht of inleenkracht werkzaam is in de onderneming; |
||
|
b. f.t.e. |
: |
fulltime-equivalent gemiddeld 36 uur per week bedraagt; |
|
c. omzet |
: |
omzet behaald met de onderneming over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarover wordt geheven; |
|
d. fonds sociale aangelegenheden |
: |
fonds als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Verordening fonds sociale aangelegenheden vleeswarenindustrie (PVV) 2012; |
|
e. O & O-fonds |
: |
fonds als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Verordening fonds voor onderzoek en ontwikkeling vleeswarenindustrie (PVV) 2012. |
2
In afwijking van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005, wordt verstaan onder:
|
ondernemer |
: |
de ondernemer die een onderneming drijft waarin de vleeswarenindustrie, de vleesconservenindustrie of de bacon industrie wordt uitgeoefend. |