Nadere voorschriften ledengroep openbaar accountants

Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants maakt, gelet op artikel 23, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep, onderstaande nadere voorschriften bekend, welke door de ledengroep van openbaar accountants op 16 december 2013 zijn vastgesteld.
De ledengroep van openbaar accountants;

Stelt de volgende nadere voorschriften vast:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:

  • leden: de leden van de ledengroep;

  • ledengroep: de ledengroep van openbaar accountants;

  • ledengroepbestuur: het bestuur van de ledengroep;

  • ledengroepvergadering: de vergadering van leden van de ledengroep;

  • verordening: de Verordening op de ledengroepen;

  • (plaatsvervangend) voorzitter: de (plaatsvervangend) voorzitter van het ledengroepbestuur.

Hoofdstuk

2

Bijeenroepen van de vergadering en agenda

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

In het geval benoemingen, in ieder geval die als bedoeld in artikel 2, eerste lid, door de ledengroep moeten geschieden, meldt het ledengroepbestuur dit ten minste zes weken voor de datum van de desbetreffende ledengroepvergadering aan de leden.

Artikel

5

Hoofdstuk

3

Vergaderorde

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De voorzitter van de vergadering is verantwoordelijk voor de gang van zaken binnen de vergadering. Hij is bevoegd de orde van de vergadering te bepalen en kan maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om te komen tot een ordentelijk verloop van de vergadering.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De voorzitter van de vergadering kan interrupties toelaten. Deze dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding.

Artikel

13

Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, kan de voorzitter van de vergadering hem tot de behandeling van het onderwerp terugroepen.

Artikel

14

Een lid voert over hetzelfde onderwerp niet meer dan twee maal, of als de behandeling in termijnen geschiedt in elke termijn niet meer dan twee maal, het woord, tenzij de voorzitter van de vergadering hem hiertoe verlof geeft.

Artikel

15

Hoofdstuk

4

Stemmingen over zaken en personen

Artikel

16

Indien een schriftelijke stemming plaatsvindt, wordt door het bestuur een stembureau aangewezen van minimaal twee personen, dat op het verloop van de stemming toezicht houdt. Het hoofd van het stembureau is een aanwezig lid van de ledengroep.

Artikel

17

Het vaststellen van de uitslag van een stemming geschiedt door de voorzitter van de vergadering.

Artikel

18

Nadat de beraadslaging over een onderwerp door de voorzitter is gesloten, gaat de vergadering zo nodig over tot het nemen van een besluit. Wanneer bij het nemen van een beslissing over zaken geen van de leden om stemming verzoekt, is het voorstel aangenomen en stelt de voorzitter van de vergadering vast dat het besluit zonder stemming is aangenomen.

Artikel

19

Artikel

20

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen en citeerwijze

Artikel

21