Artikel
I
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.
Gerechtelijke procedures als bedoeld in afdeling 13 van titel 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze afdeling tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet luidde en waarin op dat tijdstip nog niet onherroepelijk is beslist, kunnen ook na dat tijdstip geheel worden afgedaan op de voet van bedoelde afdeling.
Het voorschrift inzake de last tot wijziging van de vermelding van het geslacht, vermeld in artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze bepaling luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van kracht met betrekking tot rechterlijke uitspraken waarvan om reden van het nog niet verstreken zijn van de daar bedoelde termijn van drie maanden de last tot wijziging van de vermelding van het geslacht nog niet kon worden uitgevoerd, alsmede ten aanzien van gerechtelijke procedures die met toepassing van het eerste lid zijn voortgezet.
Het voorschrift inzake de last tot wijziging van de vermelding van het geslacht, vermeld in artikel 2.57, derde en vierde lid, van de Wet basisregistratie personen, zoals deze bepalingen luidden tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van kracht met betrekking tot de last tot wijziging die is gegeven voor dat tijdstip, alsmede in geval de gerechtelijke procedure met toepassing van het eerste lid is voortgezet.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.