Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 maart 2014, 2014-0000007640, houdende regels voor de documentaire informatievoorziening van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kaderregeling DIV SZW 2014)

Kaderregeling documentaire informatievoorziening Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2014

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begrippenkader

Artikel

1

Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    afgesloten archief:

    een niet meer actueel archief dat betrekking heeft op een voltooid werkproces en dat in principe onveranderlijk is;

  • b.

    archief:

    geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door het ministerie of een onderdeel hiervan;

  • c.

    archiefbescheiden:

    bescheiden, ongeacht hun vorm, die het ministerie heeft ontvangen of opgemaakt uit hoofde van zijn activiteiten of de vervulling van zijn taken, en die naar hun aard bestemd zijn om te berusten onder het ministerie;

  • d.

    archiefvormend orgaan:

    een al dan niet tijdelijk onderdeel van het ministerie, dan wel van een ander overheidsorgaan, dat werkzaamheden verricht onder de verantwoordelijkheid van de minister en waarvoor afzonderlijk wordt gearchiveerd;

  • e.

    beheerder:

    de directeur die belast is met de dagelijkse beheerswerkzaamheden met betrekking tot een archief en die tevens het reguliere toezicht op een archief uitoefent, namelijk de directeur Bedrijfsvoering of de directeur van een archiefvormend orgaan die het archiefbeheer niet door middel van een dienstverleningsovereenkomst heeft uitbesteed aan de directie Bedrijfsvoering;

  • f.

    bestand:

    groep gegevens of documenten die in onderlinge samenhang is te raadplegen en met een bepaald doel bijeengebracht is;

  • g.

    bewaartermijn:

    de termijn waarin archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat moeten blijven en waarna vernietiging van deze archiefbescheiden moet plaatsvinden;

  • h.

    DIV-afdeling:

    de afdeling van de directie Bedrijfsvoering die is belast met de documentaire informatievoorziening (DIV), waaronder het archiefbeheer, van het ministerie;

  • i.

    DWR:

    Digitale Werkomgeving Rijksdienst, de standaard digitale werkomgeving voor alle Nederlandse rijksambtenaren;

  • j.

    e-depot:

    het digitale archiefsysteem van het Nationaal Archief dat de duurzame toegankelijkheid en de duurzame opslag met garanties voor authenticiteit, integriteit en volledigheid van te bewaren digitale archiefbescheiden garandeert;

  • k.

    lopend archief:

    actueel archief waarin een archiefvormend orgaan nieuwe documenten en dossiers opslaat, die betrekking hebben op een nog onvoltooid werkproces;

  • l.

    minister:

    de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • m.

    ministerie:

    het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • n.

    verantwoordelijke directeur:

    de directeur die formeel verantwoordelijk is voor het archief waar de archiefbescheiden in kwestie toe behoren;

  • o.

    zorgdrager:

    degene die bij of krachtens de wet belast is met de zorg voor de archiefbescheiden.

Hoofdstuk

2

Reikwijdte en verantwoordelijkheden

Artikel

2

Reikwijdte

Artikel

3

Verantwoordelijkheden

Hoofdstuk

3

Archiefvorming

Artikel

4

Registratie en afdoening archiefbescheiden

Artikel

5

Archiefordening en dossiervorming

Artikel

6

Afsluiten van een dossier

Artikel

7

Documentenmanagementsystemen

Artikel

8

Metagegevensschema

Artikel

9

Bestandsoverzicht

Hoofdstuk

4

Archiefbeheer

Artikel

10

Duurzaamheid van archiefbescheiden in het algemeen

Artikel

11

Duurzaamheid van digitale archiefbescheiden

Artikel

12

Duurzaamheid van papieren archiefbescheiden

Artikel

13

Selectielijst

Artikel

14

Vervanging

Artikel

15

Vernietiging

Artikel

16

Overbrenging naar een archiefbewaarplaats

Artikel

17

Overdracht

Artikel

18

Vervreemding

Hoofdstuk

5

Informatieverstrekking

Artikel

19

Interne beschikbaarstelling van archiefbescheiden

Hoofdstuk

6

Organisatiewijzigingen

Artikel

21

Organisatiewijzigingen in het algemeen

Artikel

22

Reorganisatie

  • 1)

    Bij reorganisatie zorgt de beheerder voor het afsluiten van het archief van het betreffende archiefvormende orgaan. De nieuwe organisatie begint met een nieuw archief.

  • 2)

    Bij reorganisatie draagt de verantwoordelijke directeur zorg voor de overdracht van de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van de reorganisatie niet zijn afgedaan aan het orgaan dat voortaan verantwoordelijk is voor de afdoening van deze zaken, hetzij een organisatieonderdeel binnen het ministerie, hetzij een extern overheidsorgaan.

  • 3)

    Als een overdracht van archiefbescheiden als bedoeld in het tweede lid binnen het ministerie plaatsvindt, laat de verantwoordelijke directeur een verklaring van overdracht opmaken.

  • 4)

    Indien een overdracht van archiefbescheiden als bedoeld in het tweede lid aan een overheidsorgaan buiten het ministerie plaatsvindt, laat de verantwoordelijke directeur een verklaring van vervreemding opmaken. Hierbij wordt de in artikel 18 beschreven procedure gevolgd.

  • 5)

    In geval van reorganisatie draagt de verantwoordelijke directeur zorg voor de overdracht aan de directeur Bedrijfsvoering van de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van de reorganisatie reeds zijn afgesloten en niet meer noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken.

Artikel

23

Opheffing

  • 1)

    In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij geen overdracht van taken plaatsvindt, draagt de verantwoordelijke directeur het betreffende orgaan zorg voor de overdracht aan de directeur Bedrijfsvoering van de archiefbescheiden.

  • 2)

    In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij een ander archiefvormend orgaan van het ministerie de taken overneemt van het op te heffen orgaan, draagt de directeur van het op te heffen orgaan zorg voor de overdracht van alle archiefbescheiden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken aan het nieuwe orgaan.

  • 3)

    In geval van opheffing van een archiefvormend orgaan, waarbij een ander overheidsorgaan dan het ministerie de taken overneemt van het op te heffen orgaan, draagt de verantwoordelijke directeur zorg voor de vervreemding van alle archiefbescheiden betreffende de zaken die op het moment van de opheffing nog niet afgedaan zijn, aan het overheidsorgaan dat deze zaken voortaan zal afdoen. Overige archiefbescheiden draagt hij over aan de directeur Bedrijfsvoering.

  • 4)

    In geval van opheffing van het gehele ministerie draagt de minister zorg voor de overdracht van alle archiefbescheiden van het ministerie aan het overheidsorgaan dat de taken van het ministerie zal gaan uitvoeren.

Artikel

24

Privatisering

  • 1)

    Bij privatisering sluit de verantwoordelijke directeur het archief van zijn directie af. De private rechtspersoon begint met een nieuw archief.

  • 2)

    De verantwoordelijke directeur draagt zorg voor de terbeschikkingstelling voor een periode van maximaal twintig jaar van de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van privatisering niet zijn afgedaan, aan de private rechtspersoon die deze zaken voortaan zal afdoen.

  • 3)

    De directeur Bedrijfsvoering draagt zorg voor de terbeschikkingstelling voor een periode van maximaal twintig jaar aan de betreffende private rechtspersoon van de archiefbescheiden betreffende zaken die op het moment van privatisering reeds zijn afgedaan.

  • 4)

    Een regeling die bestuurlijke bevoegdheden van een organisatieonderdeel van het ministerie geheel of gedeeltelijk aan een private rechtspersoon overdraagt, bepaalt tevens voor welk tijdvak van ten hoogste twintig jaar het ministerie de archiefbescheiden, bedoeld in het tweede en derde lid, ter beschikking stelt.

  • 5)

    Van de terbeschikkingstelling als bedoeld in het tweede en derde lid laat de beheerder volgens een model een verklaring opmaken, die ten minste een bepaling omtrent het beheer en een specificatie van de betreffende archiefbescheiden en van de periode van de terbeschikkingstelling behelst. De beheerder ondertekent de verklaring van terbeschikkingstelling. Indien de directeur Bedrijfsvoering de beheerder is, ondertekent onder diens verantwoordelijkheid het hoofd van de DIV-afdeling de verklaring van terbeschikkingstelling. De directie Bedrijfsvoering bewaart de verklaring blijvend in zijn archief.

  • 6)

    De beheerder laat in het bestandsoverzicht registreren op welke datum en aan welke private rechtspersoon de archiefbescheiden ter beschikking zijn gesteld.

Hoofdstuk

7

Toezicht en beveiliging

Artikel

25

Toezicht

Artikel

26

Beveiliging

Hoofdstuk

8

: Aanhaling en slotbepalingen

Artikel

28

Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

29

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling documentaire informatievoorziening Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de plaatsvervangend Secretaris-Generaal,H.J.I.M. deRooij

Modelverklaringen

Model 1: Verklaring van vernietiging van archiefbescheiden op grond van selectielijst

Model 2: Verklaring van routinematige vernietiging en vervanging van archiefbescheiden

Model 3: Verklaring van vervanging en vernietiging van archiefbescheiden

Model 4: Verklaring van conversie/migratie van archiefbescheiden

Model 5: Verklaring van overdracht van archiefbescheiden

Model 6: Besluit beperking openbaarheid van archiefbescheiden

Model 7: Verklaring van overbrenging van archiefbescheiden met beperkende bepalingen

Model 8: Verklaring van overbrenging van archiefbescheiden zonder beperkende bepalingen

Model 9: Verklaring van vervreemding van archiefbescheiden

Model 10: Verklaring van terbeschikkingstelling van archiefbescheiden

Model 11: Verklaring van vermissing van archiefbescheiden