Besluit van de Minister van Economische Zaken van 6 april 2014, nr. WJZ / 14025252, houdende regels inzake mandaat en machtiging aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland betreffende aangelegenheden inzake de uitvoering van de Kernenergiewet (Besluit mandaat en machtiging directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uitvoering Kernenergiewet)
Besluit mandaat en machtiging directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uitvoering Kernenergiewet
De in dit besluit verleende mandaat en machtiging zijn niet van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet.
Artikel
3
1
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet.
2
Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag voor een vergunning:
a.
voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen op grond van een speciale regeling;
b.
voor het vervoeren, het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van:
1°.
splijtstofstaven, splijtstofelementen of warmteproducerend verglaasd opwerkingsafval van en naar Nederlandse inrichtingen, als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet en soortgelijke inrichtingen in het buitenland;
2°.
uranium targets in verband met de productie van radiofarmaca;
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet.
2
Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag voor een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen op grond van een speciale regeling.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden die verband houden met de inschrijving in het register als bedoeld in de artikelen 7a en 7d van het Besluit stralingsbescherming.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 23 van het Besluit stralingsbescherming.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend om toestemming te geven voor overdracht van een vergunning als bedoeld in artikel 70, derde lid, van de wet, met uitzondering van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend om een oordeel te vormen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit detectie radioactief besmet schroot, en om een hoger of een lager bedrag voor de financiële zekerheid te verlangen, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Besluit detectie radioactief besmet schroot.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 15 en 16 waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.
Artikel
18
De directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan voor de aangelegenheden waarvoor hij krachtens dit besluit mandaat en machtiging heeft gekregen ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
Artikel
19
Het krachtens mandaat ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.
Artikel
22
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uitvoering Kernenergiewet.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.