Regeling van de Minister van Economische Zaken en de Minister van Veiligheid en Justitie van 8 mei 2014, nr. WJZ/14011655, houdende vergoedingen voor de leden van het veterinair tuchtcollege en het veterinair beroepscollege (Regeling vergoedingen leden veterinair tuchtcollege en veterinair beroepscollege)

Regeling vergoedingen leden veterinair tuchtcollege en veterinair beroepscollege

De Minister van Economische Zaken en de Minister van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • eindbeslissing: schriftelijke uitspraak van het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege waarmee:

    • a.

      de bij het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege ingediende klacht wordt afgedaan;

    • b.

      de behandeling van de klacht wordt gestaakt in verband met de intrekking van de klacht op of na de zitting;

    • c.

      de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard;

    • d.

      de klacht kennelijk ongegrond wordt verklaard;

    • e.

      de zaak wordt afgehandeld na het intrekken van de klacht op grond van artikel 29, vierde lid van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990;

    • f.

      een wrakingsverzoek wordt afgehandeld; of

    • g.

      een verschoningsverzoek wordt afgehandeld.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Aan de voorzitter, de overige leden en hun plaatsvervangers, de leden-beroepsgenoten en de plaatsvervangende leden-beroepsgenoten worden reis- en verblijfskosten toegekend op grond van het Reisbesluit binnenland op basis van declaratie achteraf.

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoedingen leden veterinair tuchtcollege en veterinair beroepscollege.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp
De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten