Besluit van het College van het Commissariaat voor de Media houdende mandatering, volmacht en machtiging van bevoegdheden van het Commissariaat aan leden van het College, onderscheidenlijk ambtenaren in dienst van het Commissariaat voor de Media (Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media)

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2013

Het College van het Commissariaat voor de Media,
gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb),
Overwegende:
dat het wenselijk is voor de uitvoering van de hem wettelijk opgedragen taken de bevoegdheid tot het nemen van besluiten en de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen dan wel andere handelingen te verrichten, neer te leggen bij een of meer leden van het College, onderscheidenlijk ambtelijke functionarissen binnen de organisatie van het Commissariaat voor de Media,
dat het Besluit van het College van het Commissariaat voor de Media houdende mandatering, volmacht en machtiging van bevoegdheden van het Commissariaat aan leden van het College, onderscheidenlijk ambtenaren in dienst van het Commissariaat (Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media) van 30 november 2010 aan vervanging toe is gelet op organisatorische wijzigingen.

Besluit:

Paragraaf

1

begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    het College: de voorzitter en de leden van het Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 7.1, eerste lid, Mediawet 2008;

  • b.

    mandaat: de bevoegdheid op basis van artikel 10:1 Awb om in naam van het College besluiten te nemen;

  • c.

    volmacht: de bevoegdheid op basis van artikel 10:12 Awb, juncto artikel 3:60 BW om in naam van het College privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • d.

    machtiging: de bevoegdheid op basis van artikel 10:12 Awb om in naam van het College handelingen te verrichten die noch een publiekrechtelijke rechtshandeling, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Paragraaf

2

algemene mandatering van bevoegdheden, volmacht en machtiging

Artikel

2

Aan de onderscheiden leden van het College wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden die tot hun aandachtsgebied behoren en die naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij door het College behoren te worden afgedaan.

Artikel

3

Artikel

4

Als aanvulling op en nadere explicatie van het bepaalde in artikel 3 geldt ten aanzien van de managers van de afdelingen Onderzoek en Toegang en Handhavingsbeleid en -uitvoering dat deze:

Paragraaf

3

bijzondere bepalingen

Artikel

5

De uitoefening van bevoegdheden waardoor namens het College en binnen de kaders van de door het College vastgestelde begroting financiële verplichtingen tot een bedrag van € 10.000,00 worden aangegaan, is voorbehouden aan de managers van de afdelingen Onderzoek en Toegang, Handhavingsbeleid en -uitvoering, de secretaris van het College, het hoofd van de stafafdeling Externe Betrekkingen en Advisering en het hoofd van de stafafdeling Bedrijfsvoering dan wel bij hun afwezigheid een van de overige tot het aangaan van financiële verplichtingen bevoegde functionarissen. De uitoefening van bevoegdheden waardoor namens het College en binnen de kaders van de door het College vastgestelde begroting financiële verplichtingen tussen een bedrag van € 10.000,00 en € 50.000,00 worden aangegaan, is voorbehouden aan de managers van de afdelingen Onderzoek en Toegang en Handhavingsbeleid en -uitvoering. De uitoefening van bevoegdheden waardoor financiële verplichtingen boven een bedrag van € 50.000,00 worden aangegaan, is voorbehouden aan het College.

Artikel

6

Onverminderd de mogelijkheid van mandatering overeenkomstig artikel 3 zijn de volgende handelingen voorbehouden aan het College:

  • 1.

    het nemen van besluiten van het Commissariaat voor de Media, waaronder in ieder geval de besluiten:

    • a.

      tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;

    • b.

      tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;

    • c.

      tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;

    • d.

      tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;

    • e.

      tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;

    • f.

      tot het opleggen van een administratieve sanctie dan wel een last onder dwangsom;

    • g.

      tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.

  • 2.

    het uiten van het voornemen tot oplegging van een administratieve sanctie.

  • 3.

    de aangelegenheden betreffende:

    • a.

      de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen:

      • het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid;

      • het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;

    • b.

      de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;

    • c.

      de hoofdlijnen van het formatiebeleid;

    • d.

      het aanstellen of ontslaan van een ambtenaar, daartoe gerekend het al dan niet verlengen van een tijdelijke aanstelling van deze, en het schorsen van een ambtenaar in geval het betreft de manager van de afdeling Onderzoek en Toegang en/of de afdeling Handhavingsbeleid en -uitvoering.

  • 4.

    de afdoening en ondertekening van stukken:

    • a.

      gericht aan ministers en staatssecretarissen;

    • b.

      gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;

    • c.

      gericht aan de Algemene Rekenkamer;

    • d.

      gericht aan de Nationale Ombudsman.

Paragraaf

4

Ondertekening

Artikel

7

Paragraaf

5

Slotbepalingen

Artikel

8

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 september 2013.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2013.

Hilversum
Het Commissariaat voor de Media, M. de Cock Buning, voorzitter
J.G.C.M. Buné, commissaris
E. Eljon, commissaris

Bijlage

Regeling ex artikel 3, tweede lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machting Commissariaat voor de Media 2013

Het College van het Commissariaat voor de Media,

Overwegende:

dat de aangelegenheden waartoe het in artikel 3, eerste, lid, van het Besluit mandaat, volmachtiging Commissariaat voor de Media 2013 verleende mandaat zich uitstrekt ingevolge lid van dat artikel nader moeten worden aangeduid in een interne regeling.

Besluit:

Aan de in artikel 3 van voornoemd Besluit vermelde ambtenaren wordt, voor zover de aangelegenheid zich op hun werkterrein bevindt, mandaat verleend tot het afdoen van:

Hilversum
M. de Cock Buning voorzitter
E. Eljon commissaris