Het College adviseert desgevraagd of uit eigen beweging of ondersteunt de Minister met betrekking tot:
-
a.
de vaststelling van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het besluit;
-
b.
de vaststelling van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van het besluit;
-
c.
de toewijzing of afwijzing van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van het besluit;
-
d.
het verbinden van voorschriften als bedoeld in artikel 11a, derde lid, van het besluit aan een erkenning als exameninstituut;
-
e.
het intrekken van een erkenning als bedoeld in artikel 11a, vierde lid, van het besluit;
-
f.
de regels, bedoeld in artikel 11b, derde lid, van het besluit, met betrekking tot examenreglementen als bedoeld in artikel 11b, tweede lid van het besluit;
-
g.
de regels, bedoeld in artikel 11ca, vierde lid, van het besluit, met betrekking tot de afgifte van certificaten en diploma’s of de verstrekking van duplicaten daarvan;
-
h.
het toezicht op de naleving van de van toepassing zijnde voorschriften door erkende exameninstituten;
-
i.
het inhoudelijk beheer van de centrale examenbank;
-
j.
de regels, bedoeld in artikel 11e, vierde lid, van het besluit, met betrekking tot de inrichting en beheer van de centrale examenbank;
-
k.
een gelijkstelling als bedoeld in artikel 171, vierde lid van het besluit van reeds bestaande diploma’s met diploma’s als bedoeld in artikel 7 van het besluit;
-
l.
het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit aan houders van een diploma of erkenning die gedurende een bepaalde periode vakinhoudelijk betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van examens met betrekking tot de voor hun beroepskwalificaties relevante eindtermen en toetstermen;
-
m.
het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, aan houders van een diploma voor financiële dienstverlening van een andere lidstaat of Zwitserland waarmee de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 6, van het besluit, kan worden aangetoond.