Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 juni 2014, nr. VO/BZO/594079 houdende de vaststelling van het bedrag per leerling voor het regionaal zorgbudget en subsidie regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs per 1 augustus 2014 (Regeling regionaal zorgbudget en regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs)
Regeling regionaal zorgbudget en regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;
Het bedrag per leerling voor de berekening van het regionaal zorgbudget voor 2014 bedraagt € 87,–.
3
Voor de periode 1 augustus 2014 tot en met 31 december 2014 bedraagt het bedrag per leerling voor de berekening van het regionaal zorgbudget € 43,50.
Artikel
2
Overgangsregeling regionaal zorgbudget
1
Het regionaal zorgbudget wordt gecorrigeerd door een correctiebedrag toe te voegen dan wel af te trekken.
2
Per samenwerkingsverband wordt een bedrag berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2013 staat ingeschreven voor het derde en vierde leerjaar v.b.o., m.a.v.o. en v.m.b.o. van de scholen binnen het samenwerkingsverband te vermenigvuldigen met € 401,–. Dit bedrag minus het regionaal zorgbudget zoals dat wordt berekend volgens artikel 6 van het Besluit RVC’s en regionaal zorgbudget is het correctiebedrag.
3
Voor de periode van 1 augustus 2014 tot aan 31 december 2014 wordt het correctiebedrag gehalveerd.
4
Het correctiebedrag wordt in mindering gebracht op het regionaal zorgbudget per samenwerkingsverband indien het correctiebedrag een negatief bedrag is, dan wel opgeteld bij het regionaal zorgbudget per samenwerkingsverband indien het correctiebedrag een positief bedrag is, op de volgende wijze:
a.
In de periode van 1 augustus 2014 tot 1 januari 2015 wordt tweederde van het correctiebedrag in mindering gebracht op het regionaal zorgbudget, indien het een negatief bedrag is, dan wel opgeteld bij het regionaal zorgbudget als het een positief bedrag is;
b.
In de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2016 wordt tweederde van het correctiebedrag in mindering gebracht op het regionaal zorgbudget, indien het een negatief bedrag is, dan wel opgeteld bij het regionaal zorgbudget als het een positief bedrag is;
c.
In de periode van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017 wordt eenderde van het correctiebedrag in mindering gebracht op het regionaal zorgbudget, indien het een negatief bedrag is, dan wel opgeteld bij het regionaal zorgbudget als het een positief bedrag is.
Voor de werkzaamheden van een RVC, zoals bedoeld in artikel 10g, tiende lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, verstrekt de minister, binnen de door de begrotingswetgever ter beschikking gestelde middelen, voor het kalenderjaar 2014 een subsidie van € 150.000,– per RVC en een aanvullende bekostiging van € 22,– per leerling. Op de subsidie van € 150.000,– per RVC wordt een bedrag in mindering gebracht ter grootte van de niet bestede gelden van de subsidie die over 2012 aan die RVC verstrekt is. De hoogte van het in mindering te brengen bedrag wordt door de minister vastgesteld op basis van de jaarrekening over 2012.