Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 juni 2014, kenmerk 376061-121125-WJZ, houdende regels omtrent het gebruik van het burgerservicenummer in de jeugdzorg (Regeling gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg)

Regeling gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

De gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 2r en 2v van de wet, voldoet aan de BIR voor zover zij wordt uitgevoerd door de stichtingen en aan de NEN 7510 voor zover zij wordt uitgevoerd door de jeugdzorgaanbieders.

Artikel

3

Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 24 van het besluit verstrekt een bureau jeugdzorg of jeugdzorgaanbieder de gegevens en bescheiden, bedoeld in het CPS-UZI-register.

Artikel

4

De aanvraag, de toekenning, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van een toegangsmiddel ten behoeve van een jeugdzorgaanbieder of een stichting geschieden zoals beschreven in het CPS-UZI-register.

Artikel

5

De geldigheid van het toegangsmiddel is drie jaar gerekend vanaf de datum van uitgifte van het toegangsmiddel.

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat het besluit in werking treedt.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. vanRijn