Artikel
1
1
Aan de hoofddirecteur Interne Organisatie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de directeur Bedrijfsvoering.
2
Aan de hoofddirecteur Interne Organisatie wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende:
-
1°.
het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
-
2°.
het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;
-
3°.
het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
-
4°.
het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
-
5°.
het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
-
6°.
het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
-
7°.
het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
-
8°.
het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
-
9°.
het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
-
10°.
het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
-
11°.
het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.