Artikel
1
2
Bijdragende olie wordt aangemerkt als te zijn ontvangen in de zin van artikel 5 van de wet zodra deze, na een aanvoer over zee als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt opgeslagen.
3
Voor de toepassing van het bij en krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet bepaalde wordt als degene, die in een kalenderjaar bijdragende olie heeft ontvangen, aangemerkt een in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde persoon, die in dat kalenderjaar
-
a.
bijdragende olie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor zichzelf heeft bewerkt of verwerkt, dan wel heeft doen bewerken of verwerken, dan wel
-
b.
bijdragende olie op de binnenlandse markt heeft verhandeld, voor zover de in dat jaar ontvangen bijdragende olie door hem of te zijnen behoeve door een ander bij de ontvangst in opslag is genomen.
4
Voor zover niet ingevolge het derde lid een persoon wordt aangemerkt als degene die in een kalenderjaar bijdragende olie heeft ontvangen, wordt voor de toepassing van het bij en krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet bepaalde als zodanig aangemerkt degene, die de in dat jaar ontvangen bijdragende olie al dan niet ten behoeve van een ander bij de ontvangst in opslag heeft genomen.