Wet van 4 juni 2014 tot afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Wijzigingswet Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, enz. (afschaffing algemene tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, enz.)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten en de compensatie voor het verplicht eigen risico af te schaffen omdat ze in onvoldoende mate gericht zijn op de doelgroep met meerkosten respectievelijk eigen betalingen in verband met het verplicht eigen risico vanwege de chronische ziekte of handicap, de criteria voor toekenning vaak aanpassing behoeven en tot risico’s op het punt van de budgettaire beheersbaarheid leiden, dat het gewenst is de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten af te schaffen omdat ook deze regeling in onvoldoende mate gericht is op de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten en de regeling lastig uitvoerbaar en handhaafbaar is, dat het gewenst is in verband met het vervallen van de aftrek uitgaven voor specifieke zorgkosten ook de tegemoetkoming specifieke zorgkosten af te schaffen, en dat het gewenst is de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.

Artikel

II

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel

III

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel

IIIA

Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Artikel

IV

Vervallen

Artikel

V

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

Artikel

X

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan de bedragen, genoemd in de artikelen VI tot en met IX, na het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen eenmalig per 1 januari 2014 vervangen door een ander bedrag. Dat bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst vervolgens naar boven af te ronden op hele getallen.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Artikel

XII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

XIII

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

XIV

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

XV

Wet op de zorgtoeslag.

Artikel

XVI

Artikel

XVII

Artikel

XVIII

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnen drie jaar na de inwerkingtreding als bedoeld in artikel XVII, eerste lid, van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Wassenaar
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn
De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten