Artikel
I
Wijzigt de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
Wijzigt de Zorgverzekeringswet.
Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Vervallen
Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.
Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Wijzigt de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan de bedragen, genoemd in de artikelen VI tot en met IX, na het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen eenmalig per 1 januari 2014 vervangen door een ander bedrag. Dat bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst vervolgens naar boven af te ronden op hele getallen.
Wijzigt de Wet werk en bijstand.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wet op de zorgtoeslag.
Artikel I, artikel II, onderdelen B, C, onder 1, en F, artikel III, onderdeel A, onder 1, artikel IIIA, artikel V, onderdeel A, de artikelen VI tot en met XII, artikel XIV, tweede lid, en artikel XV treden in werking met ingang van 1 januari 2014. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2013, treden de hiervoor genoemde artikelen en onderdelen daarvan, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en werken deze terug tot en met 1 januari 2014.
Artikel II, onderdelen A, C, onder 2 en 3, D, E en G, artikel V, onderdeel B, artikel XIV, eerste lid, en artikel XVI, derde en vijfde lid, treden in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel III, onderdeel A, onder 2 en 3, artikel XIII, artikel XIV, derde lid, en artikel XVI, eerste, tweede en vierde lid, treden in werking met ingang van 1 januari 2016.
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnen drie jaar na de inwerkingtreding als bedoeld in artikel XVII, eerste lid, van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.