Gezien mijn brief van 15 mei 2013 over mijn voornemens met betrekking tot de beschikbaarheidbijdrage SEH 2013 en 2014 (Kamerstukken II 2012/13, 29 247, nr. 184);
Gezien de beantwoording met mijn brief van 28 juni 2013 van vragen die over mijn brief van 15 mei 2013 zijn gesteld door de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2012/13, 29 247, nr. 185);
Na op 12 november 2013 schriftelijk mededeling gedaan te hebben aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2013/14, 29 248, nr. 261);
Gezien het Verslag van het schriftelijk overleg over de brief van 12 november 2013 over de beschikbaarheidbijdrage curatieve zorg, vastgesteld op 12 februari 2014 (Kamerstukken II 2013/14, 29 248, nr. 266);