Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
- b.
-
c.
-
1.
een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, als bedoeld in artikel 3:22 van de Wft;
-
2.
een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een clearinginstelling, als bedoeld in artikel 3:27 van de Wft;
-
3.
een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:24b van de Wft;
-
4.
een bank, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank, als bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, van de Wft;
-
5.
een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de Wft; of
-
6.
een verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of een bijkantoor, als bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, artikel 3:24c of artikel 3:26 van de Wft;
-
1.
-
d.
interne toezichthouder: een raad van commissarissen als bedoeld in de artikelen 140, onderscheidenlijk 250, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een orgaan dat een met die van een raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft;
-
f.
uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen: uitkeringen van discretionair pensioen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 73, van de verordening kapitaalvereisten;
-
g.
verordening kapitaalvereisten: Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (CRR; PbEU L 176).