Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 21 juli 2014 houdende regels met betrekking tot het beheerst beloningsbeleid van financiële ondernemingen (Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2014)

Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2014

De Nederlandsche Bank N.V.;
Gelet op Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn nr. 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen nr. 2006/48/EG en nr. 2006/49/EG (CRD IV; PbEU L 176), in het bijzonder artikel 92 tot en met 96;
Gelet op Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (CRR; PbEU L 176), in het bijzonder artikel 450;
Na consultatie van de betrokken representatieve organisaties;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Beginselen voor een beheerst beloningsbeleid

Afdeling

2.1

Algemeen

Artikel

2

Artikel

3

De financiële onderneming past de in deze regeling neergelegde beginselen toe op het niveau van de groep, de moederonderneming en haar dochterondernemingen, met inbegrip van vestigingen in offshore financiële centra.

Artikel

4

Het beloningsbeleid van de financiële onderneming is in overeenstemming met en draagt bij aan een degelijke en doeltreffende risicobeheersing en moedigt niet aan tot het nemen van meer risico’s dan voor de financiële onderneming aanvaardbaar is.

Artikel

5

Het beloningsbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, doelstellingen, waarden en lange termijn belangen van de financiële onderneming en behelst maatregelen die belangenconflicten moeten vermijden.

Artikel

6

Het beloningsbeleid maakt een duidelijk onderscheid tussen criteria ter vaststelling van:

  • 1.

    de vaste basisbeloning, die voornamelijk de relevante werkervaring en organisatorische verantwoordelijkheid dient te weerspiegelen zoals uiteengezet in een functieomschrijving die deel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden; en

  • 2.

    de variabele beloning, die een duurzaam en voor risico’s gecorrigeerd rendement dient te weerspiegelen, alsook de extra prestaties die zijn geleverd naast de prestaties die staan beschreven in de functieomschrijving die deel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden.

Artikel

7

Variabele beloningen worden niet uitgekeerd door middel van vehikels of methoden die het mogelijk maken de bepalingen in deze regeling te ontwijken.

Afdeling

2.2

Governance

Artikel

8

Artikel

9

Medewerkers in controle functies zijn onafhankelijk van de bedrijfseenheden waar ze toezicht op uitoefenen, hebben voldoende gezag en worden beloond op basis van de verwezenlijking van de doelstellingen waar hun functie op is gericht, onafhankelijk van de resultaten van de bedrijfsactiviteiten waar ze toezicht op houden.

Artikel

10

Artikel

11

De op grond van artikel 10 ingestelde remuneratiecommissie of, indien een dergelijke commissie niet is ingesteld, de interne toezichthouder, houdt rechtstreeks toezicht op de beloning van hogere leidinggevende medewerkers die controle functies uitoefenen.

Afdeling

2.3

Risico aanpassing

Artikel

12

Wanneer de beloning prestatiegerelateerd is, is het totale bedrag van het prestatiegerelateerde deel van de beloning gebaseerd op een combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken medewerker en van het betrokken bedrijfsonderdeel, alsmede van de resultaten van de financiële onderneming als geheel. Bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties worden zowel financiële als niet-financiële criteria gehanteerd.

Artikel

13

De financiële onderneming spreidt de prestatiebeoordeling over meerdere jaren om te waarborgen dat de beoordeling is gebaseerd op lange termijn prestaties en dat de feitelijke uitbetaling van prestatie gebonden beloningscomponenten wordt uitgespreid over een periode waarin rekening wordt gehouden met de onderliggende bedrijfscyclus van de financiële onderneming en haar bedrijfsrisico’s.

Artikel

14

De financiële onderneming draagt er zorg voor dat de totale variabele beloning niet haar mogelijkheden beperkt om het toetsingsvermogen, de solvabiliteitsmarge of het eigen vermogen te versterken.

Artikel

15

Artikel

16

De financiële onderneming die aanspraak maakt op uitzonderlijke overheidssteun:

  • a.

    beperkt de variabele beloning strikt tot een percentage van de netto winsten wanneer zij niet strookt met een tijdige terugbetaling van overheidssteun en de handhaving van een solide toetsingsvermogen, solvabiliteitsmarge of eigen vermogen;

  • b.

    waarborgt dat zij haar beloningen zodanig herstructureert dat zij in lijn zijn met een degelijke risicobeheersing en de lange termijn ontwikkeling, met inbegrip van, waar van toepassing, het vaststellen van limieten aan de beloning van de dagelijks beleidsbepalers van de financiële onderneming;

  • c.

    betaalt geen variabele beloning uit aan dagelijks beleidsbepalers van de financiële onderneming, tenzij dit gerechtvaardigd is.

Artikel

17

Artikel

18

De financiële onderneming keert slechts een ontslagvergoeding uit, indien deze samenhangt met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zodanig is vormgegeven dat falen en onbetamelijk gedrag niet worden beloond.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

De financiële onderneming zorgt voor adequate regelingen, die waarborgen dat medewerkers geen gebruik maken van persoonlijke hedging-strategieën of een aan beloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekering om de risicobeheersingseffecten die in hun beloningsregelingen zijn ingebed, te ondermijnen.

Afdeling

2.4

Publicatievereisten

Artikel

25

Hoofdstuk

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

28

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2014.

Artikel

29

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, verschijnt na 1 augustus 2014, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 augustus 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V. J. Sijbrand, directeur