Artikel
1
1
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de overige leden en overige plaatsvervangende leden van de Landelijke geschillencommissie medezeggenschap hoger onderwijs, bedoeld in artikel 9.39 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ontvangen, onverminderd artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, per vergadering een vergoeding.
2
De vergoeding per vergadering bedraagt voor de leden en de plaatsvervangende leden van de commissie 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3
In afwijking van het tweede lid bedraagt de vergoeding per vergadering voor de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de commissie 130% van het bedrag, bedoeld in het tweede lid.
4
De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie, met inbegrip van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, ontvangen onverminderd artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland.