Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2014, nr. PO/FenV/672589, houdende de vaststelling van de bedragen voor de materiële instandhouding van het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur voor het jaar 2015 en de vaststelling van het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen voor de instandhouding van rijdende scholen voor het jaar 2015 (Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2015)
Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2015
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur
De bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur, bedoeld in artikel 118, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, wordt voor het jaar 2015 vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling.
Artikel
4
Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband voor zware ondersteuning primair onderwijs en voortgezet onderwijs
In verband met de Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES in verband met de overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school (Stb. 2014, 175) omvatten de programma’s van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs en de programma’s van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld in bijlagen 1 en 2 van de Regeling vaststelling programma’s van eisen PO en (V)SO en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverband 2012 met ingang van 1 januari 2015 tevens het buitenonderhoud van het schoolgebouw. De bedragen, bedoeld in artikel 1 en 2 van deze regeling zijn in verband met deze wijziging van de programma’s van eisen verhoogd.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2015.
Artikel
10
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2015.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en WetenschapS.Dekker
Bijlage
1
Bedragen programma's van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs voor het jaar 2015
Totale MI-vergoeding
De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:
Y = Ya + Yb + Yc + Yd
waarbij
Y = rijksvergoeding per school per jaar
Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma's van eisen
Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma's van eisen
Yc = vergoeding aanvullende programma's van eisen
Yd = extra bekostiging (zie bijlage 3)
Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).
Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma's van eisen.
1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap (LZ/S)
€ 20.741,12
€ 8.622,10
€ 13.449,30
2e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap (LZ/P)
€ 18.872,90
€ 8.147,47
€ 14.376,66
Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)
€ 20.071,64
€ 10.376,85
€ 13.021,11
Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)
€ 18.872,90
€ 8.147,47
€ 14.376,66
Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut (PI)
€ 18.872,90
€ 8.147,47
€ 14.376,66
meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie LG en ZMLK
€ 24.526,29
€ 7.205,56
€ 9.913,84
Bij LG-scholen en ZMLK-scholen met een reguliere SO MG-afdeling wordt het SO schooltype bedrag verhoogd met € 3.964,27.
III
Brancardliften
Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik. De vergoeding per brancardlift is € 6.266,72
IV
Schoolbaden
Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud.
hydrotherapiebad
€ 9.732,69
€ 283,34
watergewenningsbad
€ 21.043,95
€ 164,69
toeslag beweegbare bodem
€ 1.020,66
€ 77,18
2
Aanvullende materiële bekostiging voor zware ondersteuning
Cluster
1
In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt met toepassing van artikel 114, van de Wet op de expertisecentra aan de instellingen aanvullende bekostiging voor de materiële instandhouding toegekend volgens onderstaande tabel.
25GP
Visio Onderwijsinstelling Noord
€ 412.310,12
25GR
Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen
€ 901.718,78
25HD
Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden
€ 572.941,03
25HE
Onderwijsinstelling Sensis
€ 1.437.786,54
Cluster
2
In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt, met toepassing van artikel 113, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 juli 2015 van onderstaande bedragen 7/12 deel toegekend.
Voor de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015 wordt van onderstaande bedragen 5/12 deel toegekend met toepassing van artikel 114 van de Wet op de expertisecentra, zoals dat artikel met ingang van 1 augustus 2015 komt te luiden.
CL2003
Stg Op weg naar Zuid
€ 2.188.227,37
CL2002
Koninklijke Auris Groep
€ 6.253.757,17
CL2004
Koninklijke Kentalis
€ 9.737.122,23
CL2005
VierTaal
€ 2.269.922,46
In onderstaande tabel is opgenomen hoe deze bedragen per onderliggende school zijn vastgesteld.
Voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt op basis van artikel 115 van de Wet op het primair onderwijs voor 2% van de leerlingen in het samenwerkingsverband een extra vergoeding van € 223,32 per leerling verstrekt. Indien in het samenwerkingsverband meerdere speciale scholen voor basisonderwijs aanwezig zijn, vindt de verdeling van deze vergoeding plaats overeenkomstig de rekenregel ondersteuningsformatie:
l = p/q x (0,02 x r) x eerdergenoemd bedrag per leerling. De factor (0,02 x r) wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. In deze rekenregel hebben de componenten de volgende inhoud:
l = extra vergoeding MI voor een speciale school voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband
p = het aantal leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs, voor zover dat aan het desbetreffende samenwerkingsverband is toe te rekenen
q = het totale aantal leerlingen van alle speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, voor zover dit aan dat samenwerkingsverband is toe te rekenen
r = het totale aantal leerlingen van alle basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, voor zover dit aan dat samenwerkingsverband is toe te rekenen.
Bijlage
4
Aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor zware ondersteuning primair onderwijs en voortgezet onderwijs voor het samenwerkingsverband.