Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 oktober 2014 tot het stellen van nadere regels voor de loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet

Regeling loonkostensubsidie Participatiewet

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Hoogte vergoeding van werkgeverslasten

Artikel

1

§

2

Vaststelling van de loonwaarde

Artikel

2

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    kwaliteit: het gemiddelde aantal geproduceerde eenheden of diensten over een relevante periode dat bruikbaar is en voldoet aan de gestelde kwaliteit;

  • b.

    tempo: het gemiddelde aantal geproduceerde eenheden of diensten over een relevante periode;

  • c.

    inzetbaarheid: de gemiddelde productieve tijd, die direct is gerelateerd aan de mogelijkheden van de werknemer over een relevante periode;

  • d.

    normfunctie: de functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet, die qua samenstelling van de werkzaamheden het dichtst tegen de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden van de potentiële werknemer aan ligt;

  • e.

    potentiële werknemer: een persoon als bedoeld in artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet met wie de werkgever voornemens is een dienstbetrekking als bedoeld in dat artikel aan te gaan.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling loonkostensubsidie Participatiewet.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.Klijnsma

Bijlage

bij de Regeling loonkostensubsidie Participatiewet

Checklist/stappenplan vaststelling loonwaarde

Vooraf:

  • Heeft een werkgever de intentie om met betrokkene een dienstbetrekking aan te gaan?

  • Heeft betrokkene al bij die werkgever gewerkt, bijvoorbeeld met proefplaatsing of werkervaringsplaats?

  • Welke beschreven methodiek wordt gebruikt?

  • Welke deskundige uitvoerder stelt de loonwaarde vast?

Stappen ter bepaling van de loonwaarde:

  • 1.

    Beoordeling vindt plaats op basis van de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden door de werknemer op de werkplek, met werkgever.

  • 2.

    Vaststellen van de taken, die betrokkene kan verrichten en aandeel (percentage) van totale takenpakket.

  • 3.

    Vaststellen van de normfunctie van een werknemer zonder beperkingen en het functieloon daarbij.

  • 4.

    Vaststellen van de normen voor de prestaties op basis waarvan de loonwaarde wordt bepaald: tempo, kwaliteit, inzetbaarheid (prestatie van de persoon zonder beperkingen) per taak.

  • 5.

    Vaststellen van de afzonderlijke prestaties (in percentage van 4) op de bestanddelen, tempo, kwaliteit, inzetbaarheid, van betrokkene met beperkingen per taak1Artikel 4, vierde lid: factoren die van invloed zijn op de prestatie van de werknemer met beperkingen mogen maar bij één van de bestanddelen worden meegeteld, dus bij tempo, kwaliteit of inzetbaarheid.

  • 6.

    Vaststellen van de prestatiesper taak in vergelijking met de prestatie van de persoon zonder beperkingen: het produkt van de prestaties op de bestanddelen, tempo, kwaliteit, inzetbaarheid, van betrokkene met beperkingen

  • 7.

    Vaststellen van de loonwaarde per taak door het aandeel van de taak als percentage van het totale takenpakket te vermenigvuldigen met de prestatie per taak (stap 6). De loonwaarde is een percentage van het functieloon.

  • 8.

    Vaststellen van de totale loonwaarde als percentage van het functieloon door de verschillende loonwaarden per taak bij elkaar op te tellen en af te ronden.