Besluit van 26 september 2014 tot vaststelling van een luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Eindhoven (Luchthavenbesluit Eindhoven)

Luchthavenbesluit Eindhoven

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 10 juli 2014, nr. BS2014021512, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 2014, no. W07.0271/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 22 september 2014, nr. BS2014027729, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    commercieel burgerluchtverkeer: luchthavenluchtverkeer dat plaatsvindt door tussenkomst van de burgerexploitant;

  • b.

    extramurale opslag of verwerking: opslag of verwerking anders dan in een volledig afgesloten gebouw;

  • c.

    gebruiksjaar: de periode van een jaar die loopt van 1 januari tot en met 31 december;

  • d.

    recreatief burgerluchtverkeer: luchthavenluchtverkeer in de vorm van motorsportvliegen als bedoeld in artikel 20 van het Besluit militaire luchthavens;

  • e.

    uniforme daglichtperiode: het gedeelte van het etmaal tussen vijftien minuten voor zonsopgang en vijftien minuten na zonsondergang zoals geldt voor de positie 52°00' N en 05°00' O op zeeniveau;

  • f.

    vliegtuigbeweging: start of landing van een vliegtuig van of op de luchthaven;

  • g.

    wet: Wet luchtvaart.

Hoofdstuk

2

Het luchthavengebied en het beperkingengebied

Artikel

2.1

Hoofdstuk

3

Functie en gebruik van de locatie

Paragraaf

3.1

Het luchthavengebied

Artikel

3.1.1

De locaties die zijn bestemd voor het banenstelsel van de luchthaven, de rolbanen, de vliegtuigopstelplaatsen, de hangars en vliegtuigshelters en de locaties die benodigd zijn voor de uitvoering van de taken en functies die zijn toegekend aan de militaire luchthaven Eindhoven, alsmede het platform, de voorrijwegen en parkeerterreinen, de gebouwen voor passagiersafhandeling en de aankomst- en vertrekhallen van de burgerexploitant, zijn als zodanig aangewezen op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit.

Paragraaf

3.2

Het beperkingengebied

Artikel

3.2.2

Artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens is van toepassing ten aanzien van de maximaal toelaatbare hoogten van objecten in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer, onderscheidenlijk de veiligheid van het landen van luchtvaartuigen met behulp van een instrument landingssysteem, op de locaties zoals aangewezen op de kaarten in bijlagen 4 en 5 bij dit besluit.

Artikel

3.2.3

Hoofdstuk

4

Grenswaarden en regels voor het luchthavenluchtverkeer

Paragraaf

4.1

Grenswaarde en regels voor het militaire luchtverkeer

Artikel

4.1.1

Voor het militaire luchtverkeer geldt de in artikel 15 van het Besluit militaire luchthavens genoemde grenswaarde van de geluidsbelasting van 35 Kosteneenheden voor militair luchtverkeer, waarvan de geografische ligging is aangewezen op de kaart in bijlage 7 bij dit besluit.

Artikel

4.1.2

Paragraaf

4.2

Grenswaarde en regels voor het commercieel burgerluchtverkeer

Artikel

4.2.1

Voor het commercieel burgerluchtverkeer geldt de in artikel 15 van het Besluit militaire luchthavens genoemde grenswaarde van de geluidsbelasting van 35 Kosteneenheden voor commercieel burgerluchtverkeer, waarvan de geografische ligging is aangewezen op de kaart in bijlage 8 bij dit besluit.

Artikel

4.2.2

Paragraaf

4.3

Grenswaarde en regels voor het recreatief burgerluchtverkeer en burgerluchtverkeer van algemeen maatschappelijk belang

Artikel

4.3.1

Voor het recreatief burgerluchtverkeer geldt als grenswaarde een maximum van 12.000 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar.

Artikel

4.3.2

Paragraaf

4.4

Afwijking van regels in verband met evenementen

Artikel

4.4.1

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

5.1

Artikel 3.2.3, eerste lid, is niet van toepassing op het verrichten of toelaten van een activiteit voor zover deze activiteit rechtmatig is op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel

5.3

Vervallen

Artikel

5.4

Artikel

5.5

Dit besluit wordt aangehaald als: Luchthavenbesluit Eindhoven.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Apeldoorn
Willem-Alexander
De Minister van Defensie J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister van Veiligheid en Justitie I.W. Opstelten

Bijlage

1

Kaart Luchthavengebied

Bijlage

2

Kaart beperkingengebied

Bijlage

3

Kaart geluidszone

Bijlage

4

Kaart obstakelbeheergebied vliegfunnel en IHCS

Bijlage

5

Kaart obstakelbeheergebied instrument landingssysteem

Bijlage

6

Kaart vogelbeheersgebied

Bijlage

7

Kaart geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer

Bijlage

8

Kaart geluidsruimte voor het commercieel burgerluchtverkeer

Bijlage

9

Evaluatie- en monitoringsprogramma

Artikel 11.5 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat de milieugevolgen van een besluit ten behoeve waarvan een Milieueffectrapport is opgesteld, geëvalueerd moeten worden. Deze bepaling geldt ook voor het luchthavenbesluit Eindhoven en is een verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Doel van de evaluatie is het bepalen van de daadwerkelijke effecten van de activiteit op het milieu door het verzamelen van gegevens over de feitelijke ontwikkeling van de milieubelasting van de luchthaven en de omgeving en het toetsen van de prognoses over de effecten van die activiteit in het milieueffectrapport, opdat zo nodig bijgestuurd kan worden.

De evaluatie zal onder de verantwoordelijkheid van de CLSK worden uitgevoerd, die over de resultaten daarvan rapporteert aan de Minister van Defensie.

De volgende punten dienen bij de evaluatie in kaart te worden gebracht:

  • de bijdrage van het luchtverkeer aan de geluidsbelasting zal vergeleken dienen te worden met de in het MER opgenomen vooronderstelde geluidsbelasting en de in de aanwijzing opgenomen geluidszone;

  • externe ontwikkelingen, maar ook nieuwe berekeningsmethodieken c.q. meetmethoden, welke relevant zijn voor het gekozen alternatief/variant.

De volgende aspecten zullen in de evaluatie aan de orde dienen te komen.

  • voortschrijdende inzichten en waar mogelijk effecten op het gebied van milieu, inclusief geluidsbelasting, hinderbeleving, externe veiligheid en flora en fauna, in relatie tot de luchthaven en startende en landende vliegtuigen;

  • mogelijkheden om hinderbeleving in relatie tot ontwikkelingen in het luchtverkeer te monitoren door aan te sluiten bij de internationale standaard voor het meten van hinderbeleving conform ISO-15666:2002.

De evaluatie zal drie jaren na in werking treden van het besluit en aan de hand van actuele en beschikbare gegevens dienen plaats te vinden.