Artikel
1
Aan de directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt mandaat verleend om in zijn functie als hoofd van de Visadienst namens de Minister van Buitenlandse Zaken:
-
a.
besluiten te nemen omtrent de visa, bedoeld in artikel 2, punten 2 tot en met 5, van de Visumcode1Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PbEU 2009, L 243);
-
b.
besluiten te nemen omtrent de visa, bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, anders dan in artikel 1, onder e en g, van die wet;
-
c.
te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de onderdelen a en b, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen, en
-
d.
rechtsmiddelen in te stellen en hem in rechte te vertegenwoordigen in rechterlijke procedures waarin hij voor het bestuursorgaan de Minister van Buitenlandse Zaken optreedt naar aanleiding van de besluiten, bedoeld in de onderdelen a, b en c.