Artikel
I
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Wijzigt de Bankwet 1998.
Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.
Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants.
Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Wijzigt de Muntwet 2002.
Wijzigt de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën.
Wijzigt de Wet financiële markten BES.
Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES.
Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wijzigt de Faillissementswet.
Wijzigt de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II.
Wijzigt de Sanctiewet 1977.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Wet handhaving consumentenbescherming.
Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn 2011/61/EU).
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2018/408.
Artikel 1:23a van de Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op burgerlijke zaken die aanhangig zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C van deze wet.
De artikelen 3:17b, eerste en tweede lid, en 4:15a, eerste en tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht gelden ten aanzien van natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, reeds werkzaam zijn bij of onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming, met ingang van de eerste dag van de twaalfde kalendermaand na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, voor zover die personen gedurende dat jaar werkzaam blijven bij of onder verantwoordelijkheid van dezelfde financiële onderneming.
Artikel 3:17c, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht geldt ten aanzien van natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Wa, reeds werkzaam zijn bij of onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming, met ingang van de eerste dag van de twaalfde kalendermaand na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Wa, voor zover die personen gedurende dat jaar werkzaam blijven bij of onder verantwoordelijkheid van dezelfde financiële onderneming.
Degene met zetel in Nederland op wie onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S, het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht niet van toepassing was op grond van artikel 3:2 van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat artikel luidde tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S, behoeft geen vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht en op hem is het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht niet van toepassing.
Degene, bedoeld in het eerste lid, toont binnen zes maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S, aan dat wordt voldaan aan artikel 3:2 van de Wet op het financieel toezicht.
Indien degene, bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan het tweede lid, is het hem met ingang van de dag, volgende op een periode van zes maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S, verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht verleende vergunning het bedrijf van bank uit te oefenen en is op hem met ingang van dezelfde dag het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht van toepassing.
Op overeenkomsten betreffende van het publiek ter beschikking verkrijgen van terugbetaalbare gelden als gevolg van het aanbieden van effecten in overeenstemming met het ingevolge hoofdstuk 5.1 van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat hoofdstuk onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet luidde, bepaalde onderscheidenlijk op overeenkomsten betreffende het uitzetten van deze gelden die zijn aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel S, blijft artikel 3:2 van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat artikel onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidde, van toepassing.
De registratie van categorieën obligaties en uitgevende banken, die voor 1 januari 2015 op grond van artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van de Wet op het financieel toezicht gelijkgesteld aan de registratie, bedoeld in artikel 1:107, derde lid, onderdelen m en n van die wet.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Wijzigingswet financiële markten 2015.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.