Artikel
1
Deze verordening verstaat onder:
|
productschap |
: |
Productschap Diervoeder; |
|
secretaris |
: |
secretaris van het productschap; |
|
ondernemer |
: |
natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld; |
|
landbouwhuisdieren |
: |
dieren, behorend tot soorten die normaal door de mens worden gevoederd en gehouden, en die worden gegeten dan wel waarvan de producten worden geconsumeerd of een andere bestemming hebben (inclusief pelsdieren); |
|
mengvoeders |
: |
mengsels van voedermiddelen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor vervoedering in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders; |
|
voedermiddelen |
: |
producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd en de afgeleide producten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om te worden gebruikt voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na bewerking voor de bereiding van mengvoeders dan wel als dragers in voormengsels; |
|
kunstmelkvoeders |
: |
mengvoerders die in droge staat of na oplossing in een bepaalde hoeveelheid vloeistof kunnen dienen voor de voeding van jonge dieren in aanvulling op of in plaats van de postcolostrale melk of voor de voeding van vleeskalveren; |
|
vochtrijke voedermiddelen |
: |
voedermiddelen met een vochtgehalte van meer dan 15%; |
|
droge voedermiddelen |
: |
voedermiddelen met een vochtgehalte van 15% of minder; |
|
handelaar in voedermiddelen |
: |
de ondernemer die voedermiddelen in het verkeer brengt, verkoop of aflevert voor zover deze niet door hemzelf zijn geproduceerd; |
|
gedroogde voedergewassen |
: |
de voedergewassen die minder dan 15% vocht bevatten en zijn opgenomen in de bijlage. |