Wet van 10 december 2014 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enkele andere wetten in verband met het van toepassing worden van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen op De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten en in verband met enkele andere wijzigingen (Verzamelwet pensioenen 2014)

Verzamelwet pensioenen 2014

Wij Willem-Alexander, bij gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enkele andere wetten te wijzigen in verband met het van toepassing worden van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen op De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, alsmede enkele andere wijzigingen door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Pensioenwet.

Artikel

II

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Artikel

III

Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet privatisering FVP.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op het notarisambt.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling.

Artikel

VIa

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/578.

Wijzigt de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen.

Artikel

VII

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

VIII

Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet pensioenen 2014.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Wassenaar
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten