Artikel
1
1
Aan de Minister van Infrastructuur en Milieu wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen op grond van de Kernenergiewet.
2
Aan de Minister van Infrastructuur en Milieu wordt tevens mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van hoger beroep.