Universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2015 inzake belastingverdragen uitgezonderd die met de Verenigde Staten van Amerika

De Staatssecretaris van Financiën heeft de volgende regeling vastgesteld.
In deze regeling worden de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2015 inzake belastingverdragen uitgezonderd die met de Verenigde Staten van Amerika vastgesteld. In deze actualisering is bepaald dat verzoeken om toepassing van de inhoudingsvrijstelling bij deelnemingsdividenden voortaan bij de Belastingdienst/ kantoor Arnhem moeten worden ingediend. De beoordeling van deze verzoeken blijft berusten bij de bevoegde vpb-inspecteur. Tevens is de geldigheid van een afgegeven beschikking beperkt tot maximaal vier jaren. Hiermee samenhangend is bepaald dat reeds bestaande beschikkingen nog maximaal vier jaren geldig blijven.
Ter uitvoering van het dividendartikel (en het interestartikel) in de verdragen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (en naar het vermogen), (met Protocol), die Nederland heeft gesloten met Albanië, Argentinië, Armenië, Australië, Azerbeidzjan, Bahrein, Bangladesh, Barbados, Belarus, België, Brazilië, Bulgarije, Canada, China, Denemarken, Duitsland (Bondsrepubliek), Egypte, Estland, Filippijnen, Finland, Frankrijk, Georgië, Ghana, Griekenland, Hongarije, Hongkong, Ierland, IJsland, India, Indonesië, Israël, Italië, Japan, Joegoslavië (voormalig), Jordanië, Kazachstan, Koeweit, Korea, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Maleisië, Malta, Marokko, Mexico, Moldavië, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Noorwegen, Oekraïne, Oezbekistan, Oman, Oostenrijk, Pakistan, Panama, Polen, Portugal, Qatar, Roemenië, Russische Federatie, Saudi-Arabië, Singapore, Slovenië, Slowakije, Sovjet-Unie (voormalig), Spanje, Sri Lanka, Suriname, Thailand, Tsjechië, Tunesië, Turkije, Uganda, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Vietnam, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland, alsmede ter uitvoering van het dividendartikel en het interestartikel in de tussen het Taipei Representative Office in Nederland en het Netherlands Trade and Investment Office in Taipei gesloten Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol, stel ik de navolgende regeling vast met bijlage I (formulier IB 92 Universeel), bijlage II (formulier IB 93 Universeel), bijlage III (formulier IB 95 LUX) en bijlage IV (formulier IB 95 SIN):

Artikel

1

Algemeen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    Verdrag: elk van de verdragen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (en naar het vermogen), (met Protocol), die Nederland heeft gesloten met de in de aanhef van deze regeling genoemde landen. Hieronder valt ook de tussen het Taipei Representative Office in Nederland en het Netherlands Trade and Investment Office in Taipei gesloten Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol.

  • b.

    Verdragsland: elk van de in de aanhef van deze regeling vermelde landen en Taiwan.

  • c.

    Dividenden: hetgeen daaromtrent is bepaald in elk van de in onderdeel a bedoelde verdragen. In de meeste door Nederland gesloten verdragen wordt voor dividenden onderscheid gemaakt tussen 'portfoliodividenden' en 'deelnemingsdividenden'. Voor ‘portfoliodividenden’ (ook wel aangeduid als ‘beleggingsdividenden’) bedraagt het bronheffingspercentage in de belastingverdragen als regel 15%. In een aantal verdragen is voor portfoliodividenden echter een percentage van 10% overeengekomen.

    Voor deelnemingsdividenden is in de belastingverdragen in het algemeen een lager bronheffingspercentage (10%, 5% of 0%) overeengekomen. Dit verlaagde tarief is gebonden aan een in de belastingverdragen vastgelegde minimum-deelneming (5%, 7,5%, 10%, 15%, 25%, 30%, 50% of een ander percentage). Waar hierna van 'deelnemingsdividenden' wordt gesproken, worden daarmee steeds dividenden bedoeld uit een deelneming die ten minste voldoet aan het in het desbetreffende belastingverdrag gestelde minimum. Alle andere dividenden worden gerekend tot de 'portfoliodividenden', die derhalve ook betrekking kunnen hebben op niet-natuurlijke personen.

  • d.

    Interest: hetgeen daaromtrent is bepaald in elk van de in onderdeel a bedoelde verdragen.

Artikel

2

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (vrijstellingsprocedure)

Artikel

3

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (teruggaafprocedure)

Artikel

4

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (bijzondere teruggaafprocedure)

Artikel

5

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (vrijstellingsprocedure)

Artikel

6

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (teruggaafprocedure)

Artikel

7

Formele bepalingen

De in deze regeling bedoelde verklaringen, verzoeken, gegevens en mededelingen moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan of verstrekt. Indien naar aanleiding van een ingevolge deze regeling gedaan verzoek, ten onrechte of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding van dividendbelasting dan wel teruggaaf van dividendbelasting is verleend zijn de bepalingen van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van (overeenkomstige) toepassing.

Artikel

8

Verjaringstermijn

Verzoeken om teruggaaf van belasting moeten bij de bevoegde inspecteur zijn ingediend binnen de in het Verdrag gestelde termijn. Voor een Verdrag waarin geen termijn is gesteld, geldt een termijn van vijf jaren na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

Artikel

9

Overgangsregeling

Reeds afgegeven beschikkingen om ontslagen te worden van de verplichting om de op de grond van het Verdrag niet-verschuldigde dividendbelasting in te houden als bedoeld in artikel 5 van deze regeling zullen maximaal vier kalenderjaren geldig zijn, gerekend vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

10

Formulieren

De teksten van de in de bijlagen opgenomen formulieren zijn niet gepubliceerd in de Staatscourant, maar zijn gepubliceerd op www.belastingdienst.nl. De in deze regeling bedoelde formulieren worden van rijkswege verstrekt. De formulieren zijn op aanvraag kosteloos verkrijgbaar in Nederland bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening, UnitWerkomgeving/Serviceteam LRC, Postbus 20049, 7302 HA Apeldoorn. Het e-mailadres daarvan luidt: lrc.apeldoorn@belastingdienst.nl.

Artikel

11

Delegatiebepaling

De minister van Financiën kan, in afwijking van deze regeling, onder nadere voorwaarden bijzondere regelingen treffen of kan, in afwijking van deze regeling, binnen de door hem gestelde kaders de Belastingdienst machtigen bijzondere regelingen te treffen.

Artikel

12

Intrekking

De volgende regeling is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling:

  • Regeling van 27 juni 2012, nr. DGB2012/3446M, Stcrt. 2012, 13969 (Universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2012 inzake belastingverdragen uitgezonderd die met de Verenigde Staten van Amerika).

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling zal in de Staatscourantworden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van Financiën,
namens deze,
T.W.M.PoolenLid van het managementteam Belastingdienst

bijlage

I

Gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.

bijlage

II

Gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.

bijlage

III

Gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.

bijlage

IV

Gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.